BWBR0003552
Geldig vanaf 1983-01-01
Artikel 18
Convenantfinancieringsregeling
1. De Minister doet jaarlijks vóór 1 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de rijksbijdrage in het vooruitzicht wordt gesteld aan het gemeentebestuur een voorlopige opgave van de maximaal te verwachten rijksbijdrage.
2. De Minister beslist vóór 1 april van het jaar waarvoor de rijksbijdrage wordt aangevraagd op de aanvrage bedoeld in artikel 16, eerste lid, en deelt de beslissing schriftelijke aan het gemeentebestuur mede, onder vermelding van de maximale rijksbijdrage voor het desbetreffende jaar. Afschrift hiervan wordt gezonden aan het provinciaal bestuur en aan het hoofd van het provinciaal bureau Landelijk Contact.
3. Indien het gemeentebestuur bezwaar heeft tegen de beslissing bedoeld in het tweede lid, kan het daartegen binnen een maand na de datum waarop die beslissing is verzonden, bij de Kroon voorziening vragen.
2. De Minister beslist vóór 1 april van het jaar waarvoor de rijksbijdrage wordt aangevraagd op de aanvrage bedoeld in artikel 16, eerste lid, en deelt de beslissing schriftelijke aan het gemeentebestuur mede, onder vermelding van de maximale rijksbijdrage voor het desbetreffende jaar. Afschrift hiervan wordt gezonden aan het provinciaal bestuur en aan het hoofd van het provinciaal bureau Landelijk Contact.
3. Indien het gemeentebestuur bezwaar heeft tegen de beslissing bedoeld in het tweede lid, kan het daartegen binnen een maand na de datum waarop die beslissing is verzonden, bij de Kroon voorziening vragen.