BWBR0003552
Geldig vanaf 1983-01-01
Artikel 16
Convenantfinancieringsregeling
1. Het gemeentebestuur dient jaarlijks vóór 1 januari van het jaar waarvoor de rijksbijdrage wordt aangevraagd een aanvrage om een rijksbijdrage bij de Minister in, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan het hoofd van het provinciaal bureau Landelijk Contact.
De aanvrage omvat:
a. het door de gemeenteraad vastgestelde programma;
b. een raming van de door de gemeente te maken kosten van het werk.
2. Bij de eerste aanvrage en vervolgens om de vier jaren legt het gemeentebestuur het plan, bedoeld in artikel 4over. Wijzigingen in het plan worden jaarlijks bij de aanvrage om een rijksbijdrage aan de Minister meegedeeld. Bij de eerste aanvrage worden bovendien afschriften overgelegd van de verordeningen, bedoeld in de artikelen 9en 11. Wijzigingen in deze verordeningen worden eveneens aan de Minister medegedeeld.
3. Het gemeentebestuur zendt een afschrift van de aanvrage om een rijksbijdrage en een afschrift van het plan aan het provinciaal bestuur en aan het hoofd van het provinciaal Bureau Landelijk Contact.
De aanvrage omvat:
a. het door de gemeenteraad vastgestelde programma;
b. een raming van de door de gemeente te maken kosten van het werk.
2. Bij de eerste aanvrage en vervolgens om de vier jaren legt het gemeentebestuur het plan, bedoeld in artikel 4over. Wijzigingen in het plan worden jaarlijks bij de aanvrage om een rijksbijdrage aan de Minister meegedeeld. Bij de eerste aanvrage worden bovendien afschriften overgelegd van de verordeningen, bedoeld in de artikelen 9en 11. Wijzigingen in deze verordeningen worden eveneens aan de Minister medegedeeld.
3. Het gemeentebestuur zendt een afschrift van de aanvrage om een rijksbijdrage en een afschrift van het plan aan het provinciaal bestuur en aan het hoofd van het provinciaal Bureau Landelijk Contact.