BWBR0003413
Geldig vanaf 1981-07-27
Artikel 7
Wet voogdij minderjarige Koning
Alvorens de betrekking te aanvaarden, legt elk lid van de Raad van Voogdij in de bij artikel 34 der Grondwetbedoelde verenigde vergadering van de Staten-Generaal in handen van de voorzitter de volgende eed of belofte af:
"Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning; ik zweer (beloof) al de plichten, welke op mij als lid van de Raad van Voogdij rusten, met de meeste toewijding te zullen vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig! ("Dat beloof ik!")."
"Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning; ik zweer (beloof) al de plichten, welke op mij als lid van de Raad van Voogdij rusten, met de meeste toewijding te zullen vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig! ("Dat beloof ik!")."