BWBR0003413
Geldig vanaf 1981-07-27
Artikel 5
Wet voogdij minderjarige Koning
1. De door Ons aangewezen leden van de Raad van Voogdij kunnen, zolang geen voogdij bestaat, door Ons, de Raad van State gehoord, worden ontslagen en vervangen.
2. Tijdens de voogdij kunnen zij worden ontslagen en vervangen bij de wet.
3. Indien tijdens de voogdij hun aantal niet minder dan twee bedraagt, kan vervanging achterwege blijven.
4. De in dit artikel bedoelde leden, die ontslag hebben verzocht, vervullen de plichten, die uit hoofde van deze betrekking op hen rusten, totdat het ontslag is verleend.
2. Tijdens de voogdij kunnen zij worden ontslagen en vervangen bij de wet.
3. Indien tijdens de voogdij hun aantal niet minder dan twee bedraagt, kan vervanging achterwege blijven.
4. De in dit artikel bedoelde leden, die ontslag hebben verzocht, vervullen de plichten, die uit hoofde van deze betrekking op hen rusten, totdat het ontslag is verleend.