BWBR0003360
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 8
In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980
1. Onze Minister kan:
a. op aanvrage een restitutie verstrekken ter zake van de uitvoer van in de bij dit besluit behorende bijlage aangewezen goederen, dan wel ter zake van de uitvoer van daaruit of met behulp daarvan verkregen goederen;
b. regelen stellen met betrekking tot de aanspraak op restitutie, de bij het aanvragen daarvan te verstrekken gegevens of over te leggen bewijsstukken, de vaststelling van de grondslagen waarnaar de berekening van de uit te keren bedragen plaatsvindt en de wijze van verstrekking van de restituties;
c. sancties opleggen als bedoeld in artikel 11 van verordening (EEG) nr. 3665/87 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1987 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwprodukten (PbEG L 351).
2. Het bedrag ener krachtens het eerste lid te verstrekken restitutie kan onder meer verschillen naar gelang van het land van bestemming van het uit te voeren goed, het tijdstip waarop de exporteur van zijn voornemen tot uitvoer heeft doen blijken, het tijdstip waarop aan de exporteur een uitvoervergunning is verstrekt en het tijdstip van de uitvoer.
3. Voor zover voor de toepassing van het ingevolge het eerste lid bepaalde de medewerking van de rijksbelastingdienst wordt ingeroepen, geschiedt zulks in dier voege, dat Onze Minister in de aldaar onder bbedoelde regelen tevens, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, de constatering van feiten of omstandigheden, op grondslag waarvan de restituties worden berekend, opdraagt aan de genoemde dienst.
a. op aanvrage een restitutie verstrekken ter zake van de uitvoer van in de bij dit besluit behorende bijlage aangewezen goederen, dan wel ter zake van de uitvoer van daaruit of met behulp daarvan verkregen goederen;
b. regelen stellen met betrekking tot de aanspraak op restitutie, de bij het aanvragen daarvan te verstrekken gegevens of over te leggen bewijsstukken, de vaststelling van de grondslagen waarnaar de berekening van de uit te keren bedragen plaatsvindt en de wijze van verstrekking van de restituties;
c. sancties opleggen als bedoeld in artikel 11 van verordening (EEG) nr. 3665/87 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1987 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwprodukten (PbEG L 351).
2. Het bedrag ener krachtens het eerste lid te verstrekken restitutie kan onder meer verschillen naar gelang van het land van bestemming van het uit te voeren goed, het tijdstip waarop de exporteur van zijn voornemen tot uitvoer heeft doen blijken, het tijdstip waarop aan de exporteur een uitvoervergunning is verstrekt en het tijdstip van de uitvoer.
3. Voor zover voor de toepassing van het ingevolge het eerste lid bepaalde de medewerking van de rijksbelastingdienst wordt ingeroepen, geschiedt zulks in dier voege, dat Onze Minister in de aldaar onder bbedoelde regelen tevens, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, de constatering van feiten of omstandigheden, op grondslag waarvan de restituties worden berekend, opdraagt aan de genoemde dienst.