BWBR0003360
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 10
In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980
1. In de gevallen, waarin ingevolge een communautaire regeling bij de invoer van een in de bij dit besluit behorende bijlage aangewezen goed of een daaruit of met behulp daarvan verkregen goed in een Lid-Staat van de Gemeenschap, die Lid-Staat gehouden of gerechtigd is een subsidie te verstrekken, kan Onze Minister:
a. op aanvrage ter zake van de invoer van het in de aanhef bedoelde goed een subsidie verstrekken;
b. regelen stellen met betrekking tot de aanspraak op subsidie, de bij het aanvragen daarvan te verstrekken gegevens of over te leggen bewijsstukken, de vaststelling van de grondslagen waarnaar de berekening van de uit te keren bedragen plaatsvindt, de wijze van verstrekking van de subsidie en al hetgeen voorts nodig is voor de uitvoering van de communautaire regeling in Nederland.
2. Onder subsidie als bedoeld in de aanhef van het eerste lid is te verstaan elk bedrag, dat ingevolge een communautaire regeling als subsidie, als restitutie, als compenserend bedrag of onder welke andere benaming ook bij de invoer van een goed als in het eerste lid bedoeld moet of mag worden verstrekt.
3. Voor zover voor de toepassing van het ingevolge het eerste lid bepaalde de medewerking van de rijksbelastingdienst wordt ingeroepen, geschiedt zulks in dier voege, dat Onze Minister in de aldaar onder bbedoelde regelen tevens, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, de constatering van feiten of omstandigheden, op grondslag waarvan de subsidies worden berekend, opdraagt aan de genoemde dienst.
a. op aanvrage ter zake van de invoer van het in de aanhef bedoelde goed een subsidie verstrekken;
b. regelen stellen met betrekking tot de aanspraak op subsidie, de bij het aanvragen daarvan te verstrekken gegevens of over te leggen bewijsstukken, de vaststelling van de grondslagen waarnaar de berekening van de uit te keren bedragen plaatsvindt, de wijze van verstrekking van de subsidie en al hetgeen voorts nodig is voor de uitvoering van de communautaire regeling in Nederland.
2. Onder subsidie als bedoeld in de aanhef van het eerste lid is te verstaan elk bedrag, dat ingevolge een communautaire regeling als subsidie, als restitutie, als compenserend bedrag of onder welke andere benaming ook bij de invoer van een goed als in het eerste lid bedoeld moet of mag worden verstrekt.
3. Voor zover voor de toepassing van het ingevolge het eerste lid bepaalde de medewerking van de rijksbelastingdienst wordt ingeroepen, geschiedt zulks in dier voege, dat Onze Minister in de aldaar onder bbedoelde regelen tevens, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, de constatering van feiten of omstandigheden, op grondslag waarvan de subsidies worden berekend, opdraagt aan de genoemde dienst.