BWBR0003360
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 19
In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980
1. Onze Minister stelt het model vast van de in de artikelen 2en 3bedoelde vergunningen.
2. Bij de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2of 3 worden daaraan voor de houder de volgende voorschriften verbonden:
a. zodra vaststaat dat daarvan geen gebruik meer kan worden gemaakt, moet de vergunning terstond teruggezonden worden aan degene die haar heeft verleend;
b. aan degene, die de vergunning heeft verleend, moeten binnen de daartoe gestelde termijn alle gewenste inlichtingen worden verstrekt omtrent het daarvan gemaakte gebruik.
2. Bij de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2of 3 worden daaraan voor de houder de volgende voorschriften verbonden:
a. zodra vaststaat dat daarvan geen gebruik meer kan worden gemaakt, moet de vergunning terstond teruggezonden worden aan degene die haar heeft verleend;
b. aan degene, die de vergunning heeft verleend, moeten binnen de daartoe gestelde termijn alle gewenste inlichtingen worden verstrekt omtrent het daarvan gemaakte gebruik.