BWBR0003359
Geldig vanaf 1980-12-31
Artikel 2
Besluit niet-klinische haemodialyse ziekenfondsverzekering
1. De hulp, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering, houdt in:
a. de voor de verzekerde noodzakelijke haemodialyse, daarmee verbandhoudend geneeskundig onderzoek, behandeling en farmaceutische hulp;
b. de voor de verzekerde noodzakelijke erythropoëtine;
c. vergoeding van de kosten verband houdende met psycho-sociale begeleiding van de verzekerde alsmede van personen die bij het uitvoeren van de dialyse, elders dan in een dialysecentrum, behulpzaam zijn, een en ander te verlenen door aan het dialysecentrum verbonden deskundigen.
2. Indien en zolang de haemodialyse plaatsvindt in een dialysecentrum omvat de in het eerste lid vermelde hulp bovendien het noodzakelijk verblijf in het dialysecentrum gedurende een deel van het etmaal, alsmede de daarmee samenhangende verpleging en verzorging.
3. Indien haemodialyse ten huize van de verzekerde is aangewezen, omvat de in het eerste lid vermelde hulp tevens:
a. vergoeding van de kosten verband houdende met de opleiding door het dialysecentrum van degenen, die de dialyse zullen uitvoeren dan wel daarbij behulpzaam zullen zijn;
b. de ter beschikkingstelling in bruikleen van de haemodialyse-apparatuur met toebehoren, de regelmatige controle en het onderhoud hiervan, vervanging inbegrepen, alsmede de ter beschikkingstelling van de chemicaliën en vloeistoffen, benodigd voor het verrichten van de haemodialyse;
c. de noodzakelijke deskundige assistentie door het dialysecentrum bij de dialyse.
4. Indien en zolang de haemodialyse plaatsvindt in een ruimte voor gemeenschappelijk gebruik, omvat de in het eerste lid genoemde hulp tevens het gebruik aldaar van de haemodialyse-apparatuur, het voor het uitvoeren van de haemodialyse noodzakelijke verblijf aldaar gedurende een deel van het etmaal alsmede daarmee samenhangende verpleging en verzorging.
a. de voor de verzekerde noodzakelijke haemodialyse, daarmee verbandhoudend geneeskundig onderzoek, behandeling en farmaceutische hulp;
b. de voor de verzekerde noodzakelijke erythropoëtine;
c. vergoeding van de kosten verband houdende met psycho-sociale begeleiding van de verzekerde alsmede van personen die bij het uitvoeren van de dialyse, elders dan in een dialysecentrum, behulpzaam zijn, een en ander te verlenen door aan het dialysecentrum verbonden deskundigen.
2. Indien en zolang de haemodialyse plaatsvindt in een dialysecentrum omvat de in het eerste lid vermelde hulp bovendien het noodzakelijk verblijf in het dialysecentrum gedurende een deel van het etmaal, alsmede de daarmee samenhangende verpleging en verzorging.
3. Indien haemodialyse ten huize van de verzekerde is aangewezen, omvat de in het eerste lid vermelde hulp tevens:
a. vergoeding van de kosten verband houdende met de opleiding door het dialysecentrum van degenen, die de dialyse zullen uitvoeren dan wel daarbij behulpzaam zullen zijn;
b. de ter beschikkingstelling in bruikleen van de haemodialyse-apparatuur met toebehoren, de regelmatige controle en het onderhoud hiervan, vervanging inbegrepen, alsmede de ter beschikkingstelling van de chemicaliën en vloeistoffen, benodigd voor het verrichten van de haemodialyse;
c. de noodzakelijke deskundige assistentie door het dialysecentrum bij de dialyse.
4. Indien en zolang de haemodialyse plaatsvindt in een ruimte voor gemeenschappelijk gebruik, omvat de in het eerste lid genoemde hulp tevens het gebruik aldaar van de haemodialyse-apparatuur, het voor het uitvoeren van de haemodialyse noodzakelijke verblijf aldaar gedurende een deel van het etmaal alsmede daarmee samenhangende verpleging en verzorging.