BWBR0003308
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 2a
Besluit prijsaanduiding goederen 1980
1. Een ieder, die in het kader van zijn handels-, beroeps- of bedrijfsactiviteit goederen aan particulieren te koop aanbiedt, is verplicht die goederen, dan wel de monsters, met gebruikmaking waarvan die goederen worden aangeboden, voor zover die goederen of die monsters ter plaatse aanwezig zijn, tevens voorzien te doen zijn van een aanduiding van het door omrekening van de prijs, waartegen die goederen worden aangeboden, verkregen geldbedrag per een in het derde lid aangewezen standaardhoeveelheid.
2. Met betrekking tot voorverpakte goederen, die bestaan uit een vast bestanddeel en een opgietvloeistof en waarvoor ingevolge artikel 14, eerste lid, van het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelenof artikel 21, eerste lid, van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet)een vermelding of aanduiding van het uitlekgewicht wordt gebezigd, dient de in het eerste lid bedoelde aanduiding van het geldbedrag per standaardhoeveelheid betrekking te hebben op het vaste bestanddeel.
3. Als standaardhoeveelheden worden aangewezen:
a. in het geval de hoeveelheid van de betrokken goederen is aangegeven in volume, 1 liter of 1 kubieke meter;
b. in het geval de hoeveelheid van de betrokken goederen is aangegeven in gewicht, 1 ton, 1 kilogram of 100 gram;
c. in het geval de hoeveelheid van de betrokken goederen is aangegeven in lengte, 1 meter;
d. in het geval de hoeveelheid van de betrokken goederen is aangegeven in oppervlakte, 1 vierkante meter; en de decimale veelvouden of fracties van deze standaardhoeveelheden.
4. De aanduiding van het geldbedrag per standaardhoeveelheid dient plaats te vinden op, in of nabij het goed of het monster, dan wel op de verpakking of op het voorwerp, waarin het zich bevindt. Ten aanzien van elk nabij een goed of een monster vermeld geldbedrag per standaardhoeveelheid moet duidelijk blijken op welk goed dit betrekking heeft. In de in het tweede lid bedoelde gevallen moet ten aanzien van elk vermeld geldbedrag per standaardhoeveelheid duidelijk blijken dat het betrekking heeft op het vaste bestanddeel van het betrokken goed.
5. De aanduiding van het geldbedrag per standaardhoeveelheid dient:
a. bevattelijk te zijn,
b. in de munteenheid euro te zijn uitgedrukt en
c. van nabij, al dan niet na een oppervlakkig onderzoek, duidelijk zicht- en leesbaar te zijn.
6. De betrokken standaardhoeveelheid dient te zijn uitgedrukt in de eenheid of de eenheden, waarin zij in het derde lid is aangewezen met dien verstande, dat de standaardhoeveelheid van 0,1 liter ook mag worden weergegeven als 1 deciliter, 10 centiliter of 100 milliliter.
7. Het eerste lid geldt niet met betrekking tot de goederen, die zijn vermeld in de bij dit besluit behorende bijlage Ien de goederen die te koop worden aangeboden onder in de bij dit besluit behorende bijlage IIbedoelde omstandigheden.
2. Met betrekking tot voorverpakte goederen, die bestaan uit een vast bestanddeel en een opgietvloeistof en waarvoor ingevolge artikel 14, eerste lid, van het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelenof artikel 21, eerste lid, van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet)een vermelding of aanduiding van het uitlekgewicht wordt gebezigd, dient de in het eerste lid bedoelde aanduiding van het geldbedrag per standaardhoeveelheid betrekking te hebben op het vaste bestanddeel.
3. Als standaardhoeveelheden worden aangewezen:
a. in het geval de hoeveelheid van de betrokken goederen is aangegeven in volume, 1 liter of 1 kubieke meter;
b. in het geval de hoeveelheid van de betrokken goederen is aangegeven in gewicht, 1 ton, 1 kilogram of 100 gram;
c. in het geval de hoeveelheid van de betrokken goederen is aangegeven in lengte, 1 meter;
d. in het geval de hoeveelheid van de betrokken goederen is aangegeven in oppervlakte, 1 vierkante meter; en de decimale veelvouden of fracties van deze standaardhoeveelheden.
4. De aanduiding van het geldbedrag per standaardhoeveelheid dient plaats te vinden op, in of nabij het goed of het monster, dan wel op de verpakking of op het voorwerp, waarin het zich bevindt. Ten aanzien van elk nabij een goed of een monster vermeld geldbedrag per standaardhoeveelheid moet duidelijk blijken op welk goed dit betrekking heeft. In de in het tweede lid bedoelde gevallen moet ten aanzien van elk vermeld geldbedrag per standaardhoeveelheid duidelijk blijken dat het betrekking heeft op het vaste bestanddeel van het betrokken goed.
5. De aanduiding van het geldbedrag per standaardhoeveelheid dient:
a. bevattelijk te zijn,
b. in de munteenheid euro te zijn uitgedrukt en
c. van nabij, al dan niet na een oppervlakkig onderzoek, duidelijk zicht- en leesbaar te zijn.
6. De betrokken standaardhoeveelheid dient te zijn uitgedrukt in de eenheid of de eenheden, waarin zij in het derde lid is aangewezen met dien verstande, dat de standaardhoeveelheid van 0,1 liter ook mag worden weergegeven als 1 deciliter, 10 centiliter of 100 milliliter.
7. Het eerste lid geldt niet met betrekking tot de goederen, die zijn vermeld in de bij dit besluit behorende bijlage Ien de goederen die te koop worden aangeboden onder in de bij dit besluit behorende bijlage IIbedoelde omstandigheden.