BWBR0003308
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 2
Besluit prijsaanduiding goederen 1980
1. Een ieder, die in het kader van zijn handels-, beroeps- of bedrijfsactiviteit goederen aan particulieren te koop aanbiedt, is verplicht die goederen, dan wel de monsters, met gebruikmaking waarvan die goederen worden aangeboden, voor zover die goederen of die monsters ter plaatse aanwezig zijn, voorzien te doen zijn van een aanduiding van de prijs, waartegen die goederen worden aangeboden.
2. De aanduiding van de prijs dient plaats te vinden op, in of nabij het goed of het monster, dan wel op de verpakking of op het voorwerp, waarin het zich bevindt. Ten aanzien van elke nabij een goed of een monster vermelde prijs moet duidelijk blijken op welk goed deze betrekking heeft.
3. De aanduiding van de prijs dient:
a. bevattelijk te zijn,
b. in de munteenheid euro te zijn uitgedrukt,
c. voor zover dat voor een goed begrip van de prijs noodzakelijk is, een aanduiding van de verkoopeenheid te bevatten en
d. tenzij het goederen betreft als bedoeld in het vierde lid, van nabij, al dan niet na een oppervlakkig onderzoek, duidelijk zicht- en leesbaar te zijn.
4. De aanduiding van de prijs dient, wat betreft goederen of monsters die in een besloten ruimte kennelijk zijn uitgestald om van buiten die ruimte te worden gezien, duidelijk zicht- en leesbaar te zijn van buiten die ruimte.
5. Het eerste lid geldt niet met betrekking tot de goederen die zijn vermeld in de bij dit besluit behorende bijlage I.
2. De aanduiding van de prijs dient plaats te vinden op, in of nabij het goed of het monster, dan wel op de verpakking of op het voorwerp, waarin het zich bevindt. Ten aanzien van elke nabij een goed of een monster vermelde prijs moet duidelijk blijken op welk goed deze betrekking heeft.
3. De aanduiding van de prijs dient:
a. bevattelijk te zijn,
b. in de munteenheid euro te zijn uitgedrukt,
c. voor zover dat voor een goed begrip van de prijs noodzakelijk is, een aanduiding van de verkoopeenheid te bevatten en
d. tenzij het goederen betreft als bedoeld in het vierde lid, van nabij, al dan niet na een oppervlakkig onderzoek, duidelijk zicht- en leesbaar te zijn.
4. De aanduiding van de prijs dient, wat betreft goederen of monsters die in een besloten ruimte kennelijk zijn uitgestald om van buiten die ruimte te worden gezien, duidelijk zicht- en leesbaar te zijn van buiten die ruimte.
5. Het eerste lid geldt niet met betrekking tot de goederen die zijn vermeld in de bij dit besluit behorende bijlage I.