BWBR0003255
Geldig vanaf 1979-09-01
Artikel 3
Besluit uitzondering toestemmingsprocedures Wet ziekenhuisvoorzieningen
1. Een verklaring als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wetis niet vereist voor de bouw van een instelling die zorg verleent als omschreven in artikel 9 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, in combinatie met de vormen van zorg, omschreven in de artikelen 4, 5en 6 van dat besluit, in verband met een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking of met een psychosociaal probleem, indien:
a. hiermee niet gepaard gaat een bestemmingswijziging als bedoeld in artikel 4, onder b, van de Regeling begripsomschrijvingen WZV;
b. geen wijziging plaatsvindt van het aantal plaatsen, en
c. de met de bouw gemoeide investeringskosten in totaal, exclusief BTW, niet meer bedragen dan: – bij een instelling met niet meer dan 50 plaatsen: € 2.327,– per plaats;
– bij een instelling met meer dan 50 maar ten hoogste 100 plaatsen: 50 x € 2.327,– plus € 1.923,– voor iedere plaats waarmee de 50 wordt overschreden;
– bij een instelling van meer dan 100 plaatsen: 50 x € 2.327,– plus 50 x € 1.923,– plus € 1.815,– voor iedere plaats waarmee de 100 wordt overschreden.
– bij een instelling met niet meer dan 50 plaatsen: € 2.327,– per plaats;
– bij een instelling met meer dan 50 maar ten hoogste 100 plaatsen: 50 x € 2.327,– plus € 1.923,– voor iedere plaats waarmee de 50 wordt overschreden;
– bij een instelling van meer dan 100 plaatsen: 50 x € 2.327,– plus 50 x € 1.923,– plus € 1.815,– voor iedere plaats waarmee de 100 wordt overschreden.
2. Bouw met toepassing van het eerste lid is slechts eenmaal voor een periode van twaalf maanden per instelling toegestaan.
a. hiermee niet gepaard gaat een bestemmingswijziging als bedoeld in artikel 4, onder b, van de Regeling begripsomschrijvingen WZV;
b. geen wijziging plaatsvindt van het aantal plaatsen, en
c. de met de bouw gemoeide investeringskosten in totaal, exclusief BTW, niet meer bedragen dan: – bij een instelling met niet meer dan 50 plaatsen: € 2.327,– per plaats;
– bij een instelling met meer dan 50 maar ten hoogste 100 plaatsen: 50 x € 2.327,– plus € 1.923,– voor iedere plaats waarmee de 50 wordt overschreden;
– bij een instelling van meer dan 100 plaatsen: 50 x € 2.327,– plus 50 x € 1.923,– plus € 1.815,– voor iedere plaats waarmee de 100 wordt overschreden.
– bij een instelling met niet meer dan 50 plaatsen: € 2.327,– per plaats;
– bij een instelling met meer dan 50 maar ten hoogste 100 plaatsen: 50 x € 2.327,– plus € 1.923,– voor iedere plaats waarmee de 50 wordt overschreden;
– bij een instelling van meer dan 100 plaatsen: 50 x € 2.327,– plus 50 x € 1.923,– plus € 1.815,– voor iedere plaats waarmee de 100 wordt overschreden.
2. Bouw met toepassing van het eerste lid is slechts eenmaal voor een periode van twaalf maanden per instelling toegestaan.