BWBR0003246
Geldig vanaf 1979-08-14
Artikel 7
Metingsbesluit Binnenvaartuigen 1978
1. De ligplaats van het te meten binnenvaartuig of van het binnenvaartuig waarvan de meting gecontroleerd dient te worden, moet zijn ten genoegen van de ambtenaar van de Scheepsmetingsdienst in stil, bij voorkeur zoet water en zodanig, dat het vaartuig van alle zijden toegankelijk is.
2. Degene die de meting heeft aangevraagd, is gehouden gedurende de meting alle voorschriften van de ambtenaar van de Scheepsmetingsdienst met betrekking tot de ligging van het vaartuig op het vlak van inzinking van het ledige vaartuig en de eventuele verplaatsing van losse voorwerpen op te volgen, de nodige hulp te verschaffen bij de meting en bij het aanbrengen van de ijkmerken of de ijkplaten en daartoe een deugdelijke roeiboot met ten minste twee man beschikbaar te stellen.
2. Degene die de meting heeft aangevraagd, is gehouden gedurende de meting alle voorschriften van de ambtenaar van de Scheepsmetingsdienst met betrekking tot de ligging van het vaartuig op het vlak van inzinking van het ledige vaartuig en de eventuele verplaatsing van losse voorwerpen op te volgen, de nodige hulp te verschaffen bij de meting en bij het aanbrengen van de ijkmerken of de ijkplaten en daartoe een deugdelijke roeiboot met ten minste twee man beschikbaar te stellen.