BWBR0003246
Geldig vanaf 1979-08-14
Artikel 16
Metingsbesluit Binnenvaartuigen 1978
1. De belanghebbende, die met de uitkomst van de meting van zijn vaartuig geen genoegen neemt, kan binnen zes maanden na de afgifte van de meetbrief bij het Hoofd van de Scheepsmetingsdienst hermeting verzoeken. De hermeting is beslissend.
2. De hermeting en zonodig de vernieuwing van de ijkmerken of de ijkplaten geschieden kosteloos, indien het verschil met de eerste meting meer bedraagt dan:
1 procent voor de verplaatsingscijfers van maximaal 500 kubieke meter;
5 kubieke meter voor de verplaatsingscijfers van meer dan 500 kubieke meter tot maximaal 2000 kubieke meter;
0,25 procent voor de verplaatsingscijfers van meer dan 2000 kubieke meter.
Het verschil wordt bepaald over eenzelfde laadhoogte.
Het Hoofd van de Scheepsmetingsdienst geeft in deze gevallen een nieuwe meetbrief af, waarin de onderscheidingstekenen en het volgnummer van inschrijving in de ligger van de eerste meetbrief worden overgenomen.
3. Is het verschil met de eerste meting gelijk aan of minder dan de percentages of het aantal kubieke meters, vermeld in het tweede lid van dit artikel dan wordt de eerste meting als juist aangemerkt en moet de belanghebbende voor de hermeting de kosten betalen welke voor een normale meting in rekening worden gebracht, zomede de reis- en verblijfkosten van de ambtenaren van de Scheepsmetingsdienst overeenkomstig de daarvoor geldende vergoedingsregeling en de reiskosten van de werkman die genoemde ambtenaren vergezelt voor het verrichten van de met de hermeting samenhangende werkzaamheden.
2. De hermeting en zonodig de vernieuwing van de ijkmerken of de ijkplaten geschieden kosteloos, indien het verschil met de eerste meting meer bedraagt dan:
1 procent voor de verplaatsingscijfers van maximaal 500 kubieke meter;
5 kubieke meter voor de verplaatsingscijfers van meer dan 500 kubieke meter tot maximaal 2000 kubieke meter;
0,25 procent voor de verplaatsingscijfers van meer dan 2000 kubieke meter.
Het verschil wordt bepaald over eenzelfde laadhoogte.
Het Hoofd van de Scheepsmetingsdienst geeft in deze gevallen een nieuwe meetbrief af, waarin de onderscheidingstekenen en het volgnummer van inschrijving in de ligger van de eerste meetbrief worden overgenomen.
3. Is het verschil met de eerste meting gelijk aan of minder dan de percentages of het aantal kubieke meters, vermeld in het tweede lid van dit artikel dan wordt de eerste meting als juist aangemerkt en moet de belanghebbende voor de hermeting de kosten betalen welke voor een normale meting in rekening worden gebracht, zomede de reis- en verblijfkosten van de ambtenaren van de Scheepsmetingsdienst overeenkomstig de daarvoor geldende vergoedingsregeling en de reiskosten van de werkman die genoemde ambtenaren vergezelt voor het verrichten van de met de hermeting samenhangende werkzaamheden.