BWBR0003220
Geldig vanaf 1979-02-07
Artikel 36
Instructie voor de herinrichtingscommissie
1. De in het kader van het herinrichtingsplan uitgevoerde werken, die overeenkomstig het bepaalde in artikel 74, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de wetzullen worden toegewezen, worden door de commissie beheerd en onderhouden tot aan het tijdstip, waarop deze toewijzing plaatsvindt.
2. Ten einde het beheer en onderhoud van de in het eerste lid bedoelde werken niet langer te doen plaatsvinden dan noodzakelijk is, zal de commissie het voorstel, bedoeld in artikel 72, tweede lid, van de wet, zo spoedig als mogelijk aan het betrokken college van gedeputeerde staten zenden.
3. Het beheer en het onderhoud van de in artikel 72, eerste lid, onder c, van de wet, bedoelde gehandhaafde, niet verbeterde wegen, waterlopen, dijken, kaden, met de daartoe behorende kunstwerken blijven bij de beheerders en onderhoudsplichtigen tot aan het tijdstip waarop de toewijzing, bedoeld in artikel 74, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de wetplaatsvindt.
4. De in artikel 72, eerste lid, onder d. van de wetbedoelde wegen en kanalen met de daartoe behorende kunstwerken blijven in beheer en onderhoud bij de gemeente Groningen tot aan het tijdstip waarop de toewijzing, bedoeld in artikel 74, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de wet, plaatsvindt.
2. Ten einde het beheer en onderhoud van de in het eerste lid bedoelde werken niet langer te doen plaatsvinden dan noodzakelijk is, zal de commissie het voorstel, bedoeld in artikel 72, tweede lid, van de wet, zo spoedig als mogelijk aan het betrokken college van gedeputeerde staten zenden.
3. Het beheer en het onderhoud van de in artikel 72, eerste lid, onder c, van de wet, bedoelde gehandhaafde, niet verbeterde wegen, waterlopen, dijken, kaden, met de daartoe behorende kunstwerken blijven bij de beheerders en onderhoudsplichtigen tot aan het tijdstip waarop de toewijzing, bedoeld in artikel 74, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de wetplaatsvindt.
4. De in artikel 72, eerste lid, onder d. van de wetbedoelde wegen en kanalen met de daartoe behorende kunstwerken blijven in beheer en onderhoud bij de gemeente Groningen tot aan het tijdstip waarop de toewijzing, bedoeld in artikel 74, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de wet, plaatsvindt.