BWBR0003163
Geldig vanaf 1977-07-01
Artikel 4
Liquidatiewet Oorlogs- en Watersnoodschade II
1. Onverminderd het bepaalde bij artikel 6 van de Liquidatiewet Oorlogs- en Watersnoodschade Ien behoudens het hierna bepaalde vervallen de aanspraken tot uitbetaling van toegekende tegemoetkomingen of rente daarover met ingang van 1 september 1980.
2. Het vorige lid lijdt uitzondering ten aanzien van aanspraken op uitbetaling, welke pas na 1 juni 1980 geldend kunnen worden gemaakt, hetzij doordat de toekenning van de in dat lid bedoelde tegemoetkomingen pas na die datum onherroepelijk is geworden, hetzij doordat aan de aanspraak op uitbetaling een vereiste is gesteld en de termijn voor de voldoening hieraan op die datum nog niet is verstreken. In die gevallen vervalt de aanspraak drie maanden na de eerste dag waarop deze geldend kan worden gemaakt.
3. Mits alsnog van een tegoed blijkt en aan de vereisten voor uitbetaling, zo die er zijn, is voldaan, vinden de voorgaande leden geen toepassing ten nadele van belanghebbenden of rechthebbenden die vóór de datum, waarop hun aanspraak ingevolge die leden zou vervallen, per aangetekende brief aan Onze Minister, tot wiens bevoegdheid het geven van de opdracht tot uitbetaling behoort, te kennen hebben gegeven, dat zij aanspraak op uitbetaling maken.
2. Het vorige lid lijdt uitzondering ten aanzien van aanspraken op uitbetaling, welke pas na 1 juni 1980 geldend kunnen worden gemaakt, hetzij doordat de toekenning van de in dat lid bedoelde tegemoetkomingen pas na die datum onherroepelijk is geworden, hetzij doordat aan de aanspraak op uitbetaling een vereiste is gesteld en de termijn voor de voldoening hieraan op die datum nog niet is verstreken. In die gevallen vervalt de aanspraak drie maanden na de eerste dag waarop deze geldend kan worden gemaakt.
3. Mits alsnog van een tegoed blijkt en aan de vereisten voor uitbetaling, zo die er zijn, is voldaan, vinden de voorgaande leden geen toepassing ten nadele van belanghebbenden of rechthebbenden die vóór de datum, waarop hun aanspraak ingevolge die leden zou vervallen, per aangetekende brief aan Onze Minister, tot wiens bevoegdheid het geven van de opdracht tot uitbetaling behoort, te kennen hebben gegeven, dat zij aanspraak op uitbetaling maken.