BWBR0003163
Geldig vanaf 1977-07-01
Artikel 3
Liquidatiewet Oorlogs- en Watersnoodschade II
1. Onverminderd het bepaalde bij artikel 5 van de Liquidatiewet Oorlogs- en Watersnoodschade I, worden na 1 maart 1980 geen tegemoetkomingen of rente daarover meer verleend.
2. Het eerste lid lijdt uitzondering in de gevallen, waarin na de aldaar genoemde datum ten gunste van de appellant wordt beschikt op een tegen de vaststelling ingesteld beroep of hoger beroep, alsmede in de gevallen, waarin de belanghebbende of de rechthebbende, zo zulks niet reeds ingevolge artikel 5, derde lid, van de Liquidatiewet Oorlogs- en Watersnoodschade Ivóór 1 januari 1961 had dienen te geschieden, vóór 1 maart 1980 bij aangetekende brief aan Onze Minister, tot wiens bevoegdheid de afwikkeling van de schade behoort of onder wie het in eerste aanleg met die afwikkeling belaste orgaan ressorteert, om erkenning van zijn aanspraak heeft verzocht en alsnog van het bestaan van een tijdig geldend gemaakte aanspraak blijkt.
3. Tegen de beslissing op een verzoek, als in het vorige lid bedoeld, kan iedere belanghebbende een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen bij Onze Minister die de beslissing genomen heeft. Artikel 89, derde , vierde, zesde en zevende lid, van de Wet op de Materiële Oorlogsschaden, onderscheidenlijk artikel 44, derde , vierde en vijfde lid, van de Wet op de Watersnoodschade 1953, is, al naar gelang het bezwaar zich richt tegen de toepassing van de eerstgenoemde, dan wel van de laatstgenoemde wet, ten aanzien van een zodanig bezwaarschrift van overeenkomstige toepassing, evenals of het bezwaar een beroep ware tegen een beschikking of beslissing van een onder Onze Minister ressorterend orgaan.
2. Het eerste lid lijdt uitzondering in de gevallen, waarin na de aldaar genoemde datum ten gunste van de appellant wordt beschikt op een tegen de vaststelling ingesteld beroep of hoger beroep, alsmede in de gevallen, waarin de belanghebbende of de rechthebbende, zo zulks niet reeds ingevolge artikel 5, derde lid, van de Liquidatiewet Oorlogs- en Watersnoodschade Ivóór 1 januari 1961 had dienen te geschieden, vóór 1 maart 1980 bij aangetekende brief aan Onze Minister, tot wiens bevoegdheid de afwikkeling van de schade behoort of onder wie het in eerste aanleg met die afwikkeling belaste orgaan ressorteert, om erkenning van zijn aanspraak heeft verzocht en alsnog van het bestaan van een tijdig geldend gemaakte aanspraak blijkt.
3. Tegen de beslissing op een verzoek, als in het vorige lid bedoeld, kan iedere belanghebbende een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen bij Onze Minister die de beslissing genomen heeft. Artikel 89, derde , vierde, zesde en zevende lid, van de Wet op de Materiële Oorlogsschaden, onderscheidenlijk artikel 44, derde , vierde en vijfde lid, van de Wet op de Watersnoodschade 1953, is, al naar gelang het bezwaar zich richt tegen de toepassing van de eerstgenoemde, dan wel van de laatstgenoemde wet, ten aanzien van een zodanig bezwaarschrift van overeenkomstige toepassing, evenals of het bezwaar een beroep ware tegen een beschikking of beslissing van een onder Onze Minister ressorterend orgaan.