BWBR0003156
Geldig vanaf 1978-02-18
Artikel 7
Beschikking bemonsteringsmethode meststoffen
1. Indien het betreft verpakte EG-meststoffen, waarvan de verpakking een inhoud heeft van meer dan 1 kg, bedraagt het aantal te nemen ondermonsters:
ten minste één per verpakking bij partijen samengesteld uit minder dan 5 verpakkingen;
ten minste 4 bij partijen van minimaal 5 doch maximaal 16 verpakkingen;
ten minste de vierkantswortel uit het aantal verpakkingen waaruit de partij is samengesteld bij partijen van minimaal 17 en maximaal 400 verpakkingen;
ten minste 20 bij partijen van meer dan 400 verpakkingen.
2. Indien het betreft verpakte EG-meststoffen waarvan de verpakking een inhoud heeft van niet meer dan 1 kg, dienen ongeacht het aantal verpakkingen waaruit de partij bestaat, ten minste 4 verpakkingen als ondermonster te worden genomen waarbij de inhoud van één originele verpakking als één ondermonster geldt.
ten minste één per verpakking bij partijen samengesteld uit minder dan 5 verpakkingen;
ten minste 4 bij partijen van minimaal 5 doch maximaal 16 verpakkingen;
ten minste de vierkantswortel uit het aantal verpakkingen waaruit de partij is samengesteld bij partijen van minimaal 17 en maximaal 400 verpakkingen;
ten minste 20 bij partijen van meer dan 400 verpakkingen.
2. Indien het betreft verpakte EG-meststoffen waarvan de verpakking een inhoud heeft van niet meer dan 1 kg, dienen ongeacht het aantal verpakkingen waaruit de partij bestaat, ten minste 4 verpakkingen als ondermonster te worden genomen waarbij de inhoud van één originele verpakking als één ondermonster geldt.