BWBR0003156
Geldig vanaf 1978-02-18
Artikel 11
Beschikking bemonsteringsmethode meststoffen
1. Indien het betreft EG-meststoffen dienen uit het deelmonster dan wel het verzamelmonster indien artikel 10, tweede lid, toepassing vindt, ten minste drie eindmonsters te worden verkregen waarvan het gewicht onderling nagenoeg gelijk is en ten minste 500 g bedraagt tenzij het verpakkingen betreft met een inhoud van niet meer dan 1 kg.
2. Indien het andere dan EG-meststoffen betreft dienen uit het deelmonster dan wel het verzamelmonster indien artikel 10, tweede lid, toepassing vindt, ten minste twee eindmonsters te worden verkregen, waarvan de hoeveelheid onderling nagenoeg gelijk is en ten minste 250 g of 250 ml bedraagt tenzij het verpakkingen betreft met een inhoud van niet meer dan 1 kg, respectievelijk 1 ltr.
3. De verpakking der genomen eindmonsters behoort zodanig te geschieden dat verlies van bestanddelen alsmede verandering van eigenschappen, samenstelling, hoedanigheid of toestand wordt voorkomen. Het verpakkingsmateriaal moet volkomen droog en schoon zijn.
2. Indien het andere dan EG-meststoffen betreft dienen uit het deelmonster dan wel het verzamelmonster indien artikel 10, tweede lid, toepassing vindt, ten minste twee eindmonsters te worden verkregen, waarvan de hoeveelheid onderling nagenoeg gelijk is en ten minste 250 g of 250 ml bedraagt tenzij het verpakkingen betreft met een inhoud van niet meer dan 1 kg, respectievelijk 1 ltr.
3. De verpakking der genomen eindmonsters behoort zodanig te geschieden dat verlies van bestanddelen alsmede verandering van eigenschappen, samenstelling, hoedanigheid of toestand wordt voorkomen. Het verpakkingsmateriaal moet volkomen droog en schoon zijn.