BWBR0003156
Geldig vanaf 1978-02-18
Artikel 3
Beschikking bemonsteringsmethode meststoffen
1. De ondermonsters worden op verschillende plaatsen, voetstoots, onmiddellijk op elkaar volgend en zonder voorkeur uit de partij genomen. Het gewicht van de aldus genomen ondermonsters dient onderling nagenoeg gelijk te zijn.
2. Vloeibare meststoffen dienen vóór de monstername een zodanige behandeling te ondergaan dat een eventuele neerslag wordt opgelost of in suspensie geraakt.
3. Bij het bemonsteren van vloeibare meststoffen die van een recipiënt naar een andere recipiënt zijn overgepompt, dient de monstergrootte in verhouding te staan tot de hoeveelheid overgepompte meststof en slaat het monster slechts op de overgebrachte hoeveelheid en niet op de hoeveelheid in het oorspronkelijke reservoir.
2. Vloeibare meststoffen dienen vóór de monstername een zodanige behandeling te ondergaan dat een eventuele neerslag wordt opgelost of in suspensie geraakt.
3. Bij het bemonsteren van vloeibare meststoffen die van een recipiënt naar een andere recipiënt zijn overgepompt, dient de monstergrootte in verhouding te staan tot de hoeveelheid overgepompte meststof en slaat het monster slechts op de overgebrachte hoeveelheid en niet op de hoeveelheid in het oorspronkelijke reservoir.