BWBR0003081
Geldig vanaf 2014-12-18
Artikel 5
Wet op de dierproeven
Een instellingsvergunning kan slechts worden geweigerd indien:
a. gegronde vrees bestaat, dat de vergunninghouder krachtens deze wet voor hem geldende voorschriften niet zou naleven;
b. een eerder aan de aanvrager verleende instellingsvergunning is ingetrokken anders dan op de in artikel 7, tweede lid, onder b, genoemde grond en nog niet twee jaren zijn verstreken sedert de beslissing tot intrekking onherroepelijk is geworden.
a. gegronde vrees bestaat, dat de vergunninghouder krachtens deze wet voor hem geldende voorschriften niet zou naleven;
b. een eerder aan de aanvrager verleende instellingsvergunning is ingetrokken anders dan op de in artikel 7, tweede lid, onder b, genoemde grond en nog niet twee jaren zijn verstreken sedert de beslissing tot intrekking onherroepelijk is geworden.