BWBR0003081
Geldig vanaf 2014-12-18
Artikel 2
Wet op de dierproeven
1. Het is verboden zonder instellingsvergunning van Onze Minister dierproeven te verrichten.
2. De instellingsvergunning geldt, voor wat betreft het verrichten van dierproeven als in artikel 1c, onderdeel b tot en met fbedoeld, uitsluitend voor zover de proeven, al dan niet rechtstreeks, gericht zijn op het belang van de gezondheid of de voeding van mens of dier.
3. Indien Onze Minister van oordeel is dat een gewichtig ander belang zulks wettigt, kan hij in de instellingsvergunning bepalen dat zij mede geldt voor het verrichten van dierproeven als in artikel 1c, onderdeel b tot en met fbedoeld, die, al dan niet rechtstreeks, gericht zijn op dat - in de instellingsvergunning aan te geven - andere belang.
4. Met toepassing van <a href="/wet/BWBR0026759/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet</a>is <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht</a>niet van toepassing op een aanvraag om een instellingsvergunning als bedoeld in het eerste lid.
2. De instellingsvergunning geldt, voor wat betreft het verrichten van dierproeven als in artikel 1c, onderdeel b tot en met fbedoeld, uitsluitend voor zover de proeven, al dan niet rechtstreeks, gericht zijn op het belang van de gezondheid of de voeding van mens of dier.
3. Indien Onze Minister van oordeel is dat een gewichtig ander belang zulks wettigt, kan hij in de instellingsvergunning bepalen dat zij mede geldt voor het verrichten van dierproeven als in artikel 1c, onderdeel b tot en met fbedoeld, die, al dan niet rechtstreeks, gericht zijn op dat - in de instellingsvergunning aan te geven - andere belang.
4. Met toepassing van <a href="/wet/BWBR0026759/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet</a>is <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht</a>niet van toepassing op een aanvraag om een instellingsvergunning als bedoeld in het eerste lid.