BWBR0003048
Geldig vanaf 1976-09-01
Artikel 19
Rechtspositiebesluit WRR
1. Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de ambtenaar ontvangt de achterblijvende echtgenoot, van wie de ambtenaar niet duurzaam gescheiden leefde, een bedrag gelijk aan de bezoldiging vermeerderd met vakantie-uitkering, de kindertoelage en de kinderbijslag, over drie maanden, gerekend naar het tijdstip van overlijden.
2. Indien de overledene geen echtgenoot als bedoeld in het eerste lid nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen, dan wel pleegkinderen.
Ontbreken ook deze, dan geschiedt de uitkering, indien de overledene kostwinner was van ouders, meerderjarige broers of zusters, ten behoeve van deze betrekkingen.
2. Indien de overledene geen echtgenoot als bedoeld in het eerste lid nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen, dan wel pleegkinderen.
Ontbreken ook deze, dan geschiedt de uitkering, indien de overledene kostwinner was van ouders, meerderjarige broers of zusters, ten behoeve van deze betrekkingen.