BWBR0003048
Geldig vanaf 1976-09-01
Artikel 16
Rechtspositiebesluit WRR
1. Anders dan op aanvraag van de ambtenaar kan de ambtenaar worden ontslagen op grond van:
a. blijvende ongeschiktheid, uit hoofde van ziekten of gebreken, voor de vervulling van zijn ambt blijkens een onherroepelijk geworden beslissing als bedoeld in artikel P 5 van de Algemene burgerlijke pensioenwet;
b. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken.
2. Het ontslag kan niet vroeger ingaan dan de dag, volgende op die waarop de reden voor het ontslag voor het eerst aanwezig was.
3. Aan de ambtenaar kan ook op andere gronden dan die in het eerste lid zijn geregeld of waarnaar in dat lid is verwezen, ontslag worden gegeven.
a. blijvende ongeschiktheid, uit hoofde van ziekten of gebreken, voor de vervulling van zijn ambt blijkens een onherroepelijk geworden beslissing als bedoeld in artikel P 5 van de Algemene burgerlijke pensioenwet;
b. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken.
2. Het ontslag kan niet vroeger ingaan dan de dag, volgende op die waarop de reden voor het ontslag voor het eerst aanwezig was.
3. Aan de ambtenaar kan ook op andere gronden dan die in het eerste lid zijn geregeld of waarnaar in dat lid is verwezen, ontslag worden gegeven.