BWBR0003046
Geldig vanaf 1973-05-01
Artikel 2
Besluit zeevaartdiploma's experimenterend hoger nautisch onderwijs
1. Onverminderd het in het derde lid van dit artikelbepaalde wordt onder de diensttijd, bedoeld in de artikelen 4, 5, 6, eerste lid, 7, 8en 9, eerste lid, verstaan de tijd, doorgebracht aan boord van een in de vaart zijnd schip, begrepen tussen de data van aan- en afmonstering, blijkende uit verklaringen van de ambtenaren, ten overstaan van wie de aan- en afmonstering heeft plaatsgehad, of uit zodanige andere bescheiden, als daartoe door of vanwege Onze Minister voldoende worden geoordeeld.
2. Indien de data van aan- en afmonstering ontbreken, wordt onder diensttijd aan boord van een in de vaart zijnd schip verstaan de tijd, begrepen tussen data, die door of vanwege Onze Minister worden geoordeeld voldoende overeenkomst te vertonen met die van aan- en afmonstering.
3. Onder de in de artikelen 4, derde lid, en 7, derde lid, bedoelde vervangende diensttijd, anders dan die welke is doorgebracht aan boord van een opleidingsschip, wordt verstaan de leertijd, met voorafgaande toestemming van Onze Minister doorgebracht in een bedrijf of onderneming, begrepen tussen de data van indiensttreding en ontslag, blijkende uit een verklaring van de directie van dat bedrijf of die onderneming.
2. Indien de data van aan- en afmonstering ontbreken, wordt onder diensttijd aan boord van een in de vaart zijnd schip verstaan de tijd, begrepen tussen data, die door of vanwege Onze Minister worden geoordeeld voldoende overeenkomst te vertonen met die van aan- en afmonstering.
3. Onder de in de artikelen 4, derde lid, en 7, derde lid, bedoelde vervangende diensttijd, anders dan die welke is doorgebracht aan boord van een opleidingsschip, wordt verstaan de leertijd, met voorafgaande toestemming van Onze Minister doorgebracht in een bedrijf of onderneming, begrepen tussen de data van indiensttreding en ontslag, blijkende uit een verklaring van de directie van dat bedrijf of die onderneming.