BWBR0003046
Geldig vanaf 1973-05-01
Artikel 12
Besluit zeevaartdiploma's experimenterend hoger nautisch onderwijs
1. De kapitein van het schip, waarop de leerling in dienst is, wijst de scheepsofficier aan, die als mentor zal optreden.
Hij draagt er zorg voor, dat de leerling en de mentor in staat worden gesteld, de uit dit besluit voor hen voortvloeiende taken naar behoren te verrichten.
2. De kapitein ziet er voorts op toe, dat de leerling op tijd de onderscheidene delen van het takenboek aan hem doet toekomen.
Na het betreffend deel van het takenboek van zijn handtekening te hebben voorzien, doet hij dit aan de reder toekomen, ter doorzending aan de directeur van de school.
Hij draagt er zorg voor, dat de leerling en de mentor in staat worden gesteld, de uit dit besluit voor hen voortvloeiende taken naar behoren te verrichten.
2. De kapitein ziet er voorts op toe, dat de leerling op tijd de onderscheidene delen van het takenboek aan hem doet toekomen.
Na het betreffend deel van het takenboek van zijn handtekening te hebben voorzien, doet hij dit aan de reder toekomen, ter doorzending aan de directeur van de school.