BWBR0002958
Geldig vanaf 1975-04-01
Artikel D
Aanwijzingen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met geautomatiseerde systemen waarin persoonsgegevens zijn opgenomen bij de Rijksoverheid
25. Op geautomatiseerde registraties welke op 1 januari 1975 reeds in werking zijn, zijn de bovenstaande aanwijzingen van toepassing met dien verstande dat een regeling als bedoeld in aanwijzing 1 uiterlijk op 1 januari 1976 dient te zijn vastgesteld.
26. Bij besluit van de Minister-President, de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken, en de andere betrokken Ministers gezamenlijk kan worden bepaald, dat deze aanwijzingen niet van toepassing zijn op geautomatiseerde registraties, welke ten doel hebben de veiligheid van de Staat te beschermen.
26. Bij besluit van de Minister-President, de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken, en de andere betrokken Ministers gezamenlijk kan worden bepaald, dat deze aanwijzingen niet van toepassing zijn op geautomatiseerde registraties, welke ten doel hebben de veiligheid van de Staat te beschermen.