BWBR0002958
Geldig vanaf 1975-04-01
Artikel B
Aanwijzingen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met geautomatiseerde systemen waarin persoonsgegevens zijn opgenomen bij de Rijksoverheid
9. De regeling bevat een nauwkeurige omschrijving van de doelstelling van de registratie.
10. De regeling omschrijft ook nauwkeurig over welke categorieën van personen de registratie gegevens bevat, welke gegevens voor elke categorie ten hoogste kunnen worden opgenomen en in welke gevallen opgenomen gegevens worden verwijderd.
11. Voor zover de uitvoering van werkzaamheden ten behoeve van de registratie zelfstandig geschiedt, bepaalt de regeling nauwkeurig de bevoegdheden van degenen die daarmee zijn belast. Voorts bepaalt de regeling wie met de technische verwerking van de gegevens in de registratie is belast.
12. De regeling bepaalt aan welke personen en instellingen gegevens uit de registratie worden verstrekt en welke gegevens ten hoogste kunnen worden verstrekt.
De regeling bevat ook een nauwkeurige omschrijving van de categorieën van personen die tot de registratie rechtstreeks toegang hebben.
13. Met uitzondering van de gevallen bedoeld in aanwijzing 7 bepaalt de regeling wanneer en op welke wijze een persoon of diens gemachtigde kan kennisnemen van de gegevens die over hem in de registratie zijn opgenomen.
Tenzij de regeling anders bepaalt vindt kennisgeving plaats door het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit de opgenomen gegevens.
14. Met uitzondering van de gevallen bedoeld in aanwijzing 7 bepaalt de regeling op welke wijze een persoon kan verzoeken dat gegevens over hem in de registratie worden verbeterd, verwijderd of aangevuld, en wie op een zodanig verzoek beslist en op welke wijze. Indien verbetering, verwijdering of aanvulling van gegevens wordt toegestaan, vindt de noodzakelijke wijziging in de registratie zo spoedig mogelijk plaats.
15. Voor de gevallen waarin aanwijzing 6, eerste lid, van toepassing is bepaalt de regeling op welke wijze en over welke periode een persoon over wie gegevens in de registratie zijn opgenomen een mededeling als bedoeld in dat lid kan verkrijgen.
16. Indien de aard van de registratie daartoe aanleiding geeft, wijst de regeling een instantie aan die met het toezicht op de werking van die registratie is belast en kent zij haar voor zover nodig de daartoe noodzakelijke bevoegdheden toe.
In de gevallen bedoeld in het eerste lid geeft de regeling aan op welke wijze belanghebbenden het daar bedoelde toezicht kunnen inroepen.
10. De regeling omschrijft ook nauwkeurig over welke categorieën van personen de registratie gegevens bevat, welke gegevens voor elke categorie ten hoogste kunnen worden opgenomen en in welke gevallen opgenomen gegevens worden verwijderd.
11. Voor zover de uitvoering van werkzaamheden ten behoeve van de registratie zelfstandig geschiedt, bepaalt de regeling nauwkeurig de bevoegdheden van degenen die daarmee zijn belast. Voorts bepaalt de regeling wie met de technische verwerking van de gegevens in de registratie is belast.
12. De regeling bepaalt aan welke personen en instellingen gegevens uit de registratie worden verstrekt en welke gegevens ten hoogste kunnen worden verstrekt.
De regeling bevat ook een nauwkeurige omschrijving van de categorieën van personen die tot de registratie rechtstreeks toegang hebben.
13. Met uitzondering van de gevallen bedoeld in aanwijzing 7 bepaalt de regeling wanneer en op welke wijze een persoon of diens gemachtigde kan kennisnemen van de gegevens die over hem in de registratie zijn opgenomen.
Tenzij de regeling anders bepaalt vindt kennisgeving plaats door het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit de opgenomen gegevens.
14. Met uitzondering van de gevallen bedoeld in aanwijzing 7 bepaalt de regeling op welke wijze een persoon kan verzoeken dat gegevens over hem in de registratie worden verbeterd, verwijderd of aangevuld, en wie op een zodanig verzoek beslist en op welke wijze. Indien verbetering, verwijdering of aanvulling van gegevens wordt toegestaan, vindt de noodzakelijke wijziging in de registratie zo spoedig mogelijk plaats.
15. Voor de gevallen waarin aanwijzing 6, eerste lid, van toepassing is bepaalt de regeling op welke wijze en over welke periode een persoon over wie gegevens in de registratie zijn opgenomen een mededeling als bedoeld in dat lid kan verkrijgen.
16. Indien de aard van de registratie daartoe aanleiding geeft, wijst de regeling een instantie aan die met het toezicht op de werking van die registratie is belast en kent zij haar voor zover nodig de daartoe noodzakelijke bevoegdheden toe.
In de gevallen bedoeld in het eerste lid geeft de regeling aan op welke wijze belanghebbenden het daar bedoelde toezicht kunnen inroepen.