Artikel A
1. Een geautomatiseerde registratie waarin persoonsgegevens zijn opgenomen treedt eerst in werking nadat daarvoor een regeling is vastgesteld. Het bevoegd gezag draagt hiervoor zorg.
Deze regeling voorziet in elk geval in de onderwerpen hierna te noemen in paragraaf B.
De regeling wijst als houder van de registratie aan degene die de zeggenschap heeft over de werking ervan. De houder is verantwoordelijk voor de naleving van de regeling.
2. De regeling ligt voor een ieder ter inzage bij de houder van de registratie, de voorlichtingsdienst van het ministerie waaronder de houder ressorteert en de centrale bibliotheek van het Ministerie van Justitie.
Deze bibliotheek houdt een lijst bij van gedeponeerde regelingen.
3. Een registratie als bedoeld in aanwijzing 1 bevat uitsluitend gegevens die voor de doelstelling van die registratie noodzakelijk zijn.
De opgenomen gegevens worden voor geen andere doeleinden gebruikt dan die met de doelstelling van de registratie verenigbaar zijn.
4. Voor een ieder over wie gegevens zijn opgenomen in een registratie als bedoeld in aanwijzing 1 bestaat de mogelijkheid op zijn verzoek van deze gegevens kennis te nemen. Hiervoor worden voorzieningen getroffen overeenkomstig de bepalingen van de regeling.
Van medische, psychologische of andere gegevens waarvan rechtstreeks kennisneming schadelijk kan zijn voor de betrokken persoon, kan een gemachtigde kennisnemen. De regeling bevat bepalingen over de aanwijzing van deze gemachtigde.
5. Tevens bestaat voor een ieder de mogelijkheid op zijn verzoek verbetering of verwijdering te verkrijgen van gegevens over hem die onjuist zijn of ten onrechte in de registratie zijn opgenomen, alsmede aanvulling voor zover gegevens ontbreken die in de registratie opgenomen hadden kunnen zijn. Hiervoor worden voorzieningen getroffen overeenkomstig de bepalingen van de regeling.
6. Tenslotte bestaat voor een ieder over wie gegevens in de registratie zijn opgenomen de mogelijkheid dat hem op zijn verzoek wordt medegedeeld, welke gegevens over hem gedurende een periode in de regeling omschreven aan andere instanties zijn verstrekt. Hiervoor worden voorzieningen getroffen overeenkomstig de bepalingen van de regeling. Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing voor zover uit de regeling rechtstreeks volgt aan welke instanties gegevens zijn verstrekt en welke gegevens het betreft.
7. Het gestelde in de aanwijzingen 4, 5 en 6 is niet van toepassing voor zover dit in het belang van de veiligheid van de Staat of de opsporing van strafbare feiten noodzakelijk is.
8. Bij de organisatie en de beveiliging van een registratie als bedoeld in aanwijzing 1 is de houder verantwoordelijk voor de nodige voorzieningen om de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen over wie gegevens in die registratie zijn opgenomen in voldoende mate te verzekeren.
Deze voorzieningen betreffen in elk geval de onderwerpen hierna te noemen in paragraaf C.
Deze regeling voorziet in elk geval in de onderwerpen hierna te noemen in paragraaf B.
De regeling wijst als houder van de registratie aan degene die de zeggenschap heeft over de werking ervan. De houder is verantwoordelijk voor de naleving van de regeling.
2. De regeling ligt voor een ieder ter inzage bij de houder van de registratie, de voorlichtingsdienst van het ministerie waaronder de houder ressorteert en de centrale bibliotheek van het Ministerie van Justitie.
Deze bibliotheek houdt een lijst bij van gedeponeerde regelingen.
3. Een registratie als bedoeld in aanwijzing 1 bevat uitsluitend gegevens die voor de doelstelling van die registratie noodzakelijk zijn.
De opgenomen gegevens worden voor geen andere doeleinden gebruikt dan die met de doelstelling van de registratie verenigbaar zijn.
4. Voor een ieder over wie gegevens zijn opgenomen in een registratie als bedoeld in aanwijzing 1 bestaat de mogelijkheid op zijn verzoek van deze gegevens kennis te nemen. Hiervoor worden voorzieningen getroffen overeenkomstig de bepalingen van de regeling.
Van medische, psychologische of andere gegevens waarvan rechtstreeks kennisneming schadelijk kan zijn voor de betrokken persoon, kan een gemachtigde kennisnemen. De regeling bevat bepalingen over de aanwijzing van deze gemachtigde.
5. Tevens bestaat voor een ieder de mogelijkheid op zijn verzoek verbetering of verwijdering te verkrijgen van gegevens over hem die onjuist zijn of ten onrechte in de registratie zijn opgenomen, alsmede aanvulling voor zover gegevens ontbreken die in de registratie opgenomen hadden kunnen zijn. Hiervoor worden voorzieningen getroffen overeenkomstig de bepalingen van de regeling.
6. Tenslotte bestaat voor een ieder over wie gegevens in de registratie zijn opgenomen de mogelijkheid dat hem op zijn verzoek wordt medegedeeld, welke gegevens over hem gedurende een periode in de regeling omschreven aan andere instanties zijn verstrekt. Hiervoor worden voorzieningen getroffen overeenkomstig de bepalingen van de regeling. Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing voor zover uit de regeling rechtstreeks volgt aan welke instanties gegevens zijn verstrekt en welke gegevens het betreft.
7. Het gestelde in de aanwijzingen 4, 5 en 6 is niet van toepassing voor zover dit in het belang van de veiligheid van de Staat of de opsporing van strafbare feiten noodzakelijk is.
8. Bij de organisatie en de beveiliging van een registratie als bedoeld in aanwijzing 1 is de houder verantwoordelijk voor de nodige voorzieningen om de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen over wie gegevens in die registratie zijn opgenomen in voldoende mate te verzekeren.
Deze voorzieningen betreffen in elk geval de onderwerpen hierna te noemen in paragraaf C.