BWBR0002944
Geldig vanaf 1974-12-23
Artikel 3
Wet tot beëindiging van overheidstaken m.b.t. voormalige Wees- en Momboirkamers
1. De in het eerste lid van het vorige artikel bedoelde bewindvoerders, alsmede de krachtens dat lid aangewezen rechtspersonen zetten het beheer voort overeenkomstig de beschikkingen van de stichters en genieten de beloningen, door dezen bepaald. Bij gemis van zodanige bepaling vindt artikel 410, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek overeenkomstige toepassing.
2. Telkens wanneer een of meer van de door de stichtingsoorkonden voorgeschreven bewindvoerders ontbreken en daarin niet overeenkomstig die oorkonde wordt voorzien, kan de rechtbank van de plaats waar de stichting of het fonds zijn woonplaats heeft, op verzoek van iedere belanghebbende of van het Openbaar Ministerie in de vervulling van de ledige plaats of plaatsen voorzien. De rechtbank neemt daarbij zoveel mogelijk de stichtingsoorkonde in acht.
2. Telkens wanneer een of meer van de door de stichtingsoorkonden voorgeschreven bewindvoerders ontbreken en daarin niet overeenkomstig die oorkonde wordt voorzien, kan de rechtbank van de plaats waar de stichting of het fonds zijn woonplaats heeft, op verzoek van iedere belanghebbende of van het Openbaar Ministerie in de vervulling van de ledige plaats of plaatsen voorzien. De rechtbank neemt daarbij zoveel mogelijk de stichtingsoorkonde in acht.