BWBR0002857
Geldig vanaf 1973-01-08
Artikel 8
Beschikking Dagloonregelen WAMIL 1972
1. Indien de uitkeringsgerechtigde in het jaar onmiddellijk voorafgaande aan de datum van opkomst in militaire dienst wegens de zelfstandige uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins niet als werknemer in de zin van de Ziektewetof van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringarbeid heeft verricht wordt het dagloon te zijnen aanzien vastgesteld op het bedrag van de inkomsten die een gelijksoortig persoon in hetzelfde of een gelijksoortig bedrijf of beroep in dezelfde of een gelijksoortige gemeente gemiddeld per dag heeft genoten over de in dat jaar gelegen dagen, waarop hij gedurende ten minste de voor de uitkeringsgerechtigde normale werktijd in dat bedrijf of beroep werkzaam is geweest.
De artikelen 5en 5avan deze beschikking zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de uitkeringsgerechtigde geen arbeid in dienstbetrekking heeft verricht als gevolg van de omstandigheid dat zijn arbeidsverhouding in overwegende mate werd beheerst door een familieverhouding, wordt in afwijking van het bepaalde in het eerste lid het dagloon vastgesteld op het loon, dat degenen die overeenkomstige arbeid wel in bedoelde hoedanigheid hebben verricht in hetzelfde of in een gelijksoortig bedrijf in dezelfde of een gelijksoortige gemeente in het jaar onmiddellijk voorafgaande aan de datum van opkomst van de uitkeringsgerechtigde in militaire dienst in diens beroep gemiddeld hebben genoten over de in dat jaar gelegen dagen waarop zij gedurende de voor die werknemers gebruikelijke werktijd in het beroep van de uitkeringsgerechtigde werkzaam waren. De artikelen 1en 4 van de Dagloonregelen WAOen de artikelen 3, 5en 5avan deze beschikking zijn van overeenkomstige toepassing.
De artikelen 5en 5avan deze beschikking zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de uitkeringsgerechtigde geen arbeid in dienstbetrekking heeft verricht als gevolg van de omstandigheid dat zijn arbeidsverhouding in overwegende mate werd beheerst door een familieverhouding, wordt in afwijking van het bepaalde in het eerste lid het dagloon vastgesteld op het loon, dat degenen die overeenkomstige arbeid wel in bedoelde hoedanigheid hebben verricht in hetzelfde of in een gelijksoortig bedrijf in dezelfde of een gelijksoortige gemeente in het jaar onmiddellijk voorafgaande aan de datum van opkomst van de uitkeringsgerechtigde in militaire dienst in diens beroep gemiddeld hebben genoten over de in dat jaar gelegen dagen waarop zij gedurende de voor die werknemers gebruikelijke werktijd in het beroep van de uitkeringsgerechtigde werkzaam waren. De artikelen 1en 4 van de Dagloonregelen WAOen de artikelen 3, 5en 5avan deze beschikking zijn van overeenkomstige toepassing.