BWBR0002828
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 21
Vaarplichtwet
Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft de vaarplichtige aan wie overeenkomstig artikel 5door Onze Minister de aanwijzing is gegeven, dienst te doen aan boord of ten behoeve van een schip en die:
a. zich zonder toestemming van de kapitein van boord verwijdert;
b. zich niet op het tijdstip, hem aangegeven door degene in wiens dienst hij is of door degene, die in de dienst boven hem is gesteld, aan boord bevindt;
c. anders dan buiten zijn schuld zijn dienst niet naar behoren vervult;
d. de orde aan boord verstoort;
e. zich aan boord bevindt onder zodanige invloed van alcoholhoudende drank of enig verdovend middel, dat hij zijn taak niet naar behoren kan vervullen.
a. zich zonder toestemming van de kapitein van boord verwijdert;
b. zich niet op het tijdstip, hem aangegeven door degene in wiens dienst hij is of door degene, die in de dienst boven hem is gesteld, aan boord bevindt;
c. anders dan buiten zijn schuld zijn dienst niet naar behoren vervult;
d. de orde aan boord verstoort;
e. zich aan boord bevindt onder zodanige invloed van alcoholhoudende drank of enig verdovend middel, dat hij zijn taak niet naar behoren kan vervullen.