BWBR0002808
Geldig vanaf 1972-01-01
Artikel 5
Besluit staatsexamen diploma's handvaardigheid (handenarbeid)
1. Tot het examen ter verkrijging van het staatsdiploma handvaardigheid (handenarbeid) A en B wordt slechts toegelaten hij die het examengeld heeft voldaan en die voldoet aan de eisen van toelating, bedoeld in Ons besluit van 19 maart 1960, Stb.132, dat van overeenkomstige toepassing is. Hij die tot het examen ter verkrijging van het staatsdiploma handvaardigheid (handenarbeid) B wenst te worden toegelaten, dient bovendien in het bezit te zijn van een van de diploma's:
a. het staatsdiploma handvaardigheid (handenarbeid) A;
b. het diploma voortgezette studie handenarbeid van de Vereniging voor handenarbeid behaald vóór 1 augustus 1977;
c. het diploma voortgezette studie handenarbeid van de R.K. Vereniging voor "Handenarbeid" behaald vóór 1 augustus 1977;
d. het diploma voortgezette studie handenarbeid van de Vereniging tot bevordering van het Voorbereidend Vakonderwijs en van het Onderwijs in Handenarbeid in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe;
e. het diploma voortgezette studie handenarbeid van de Vereniging tot bevordering van het onderwijs in de handenarbeid in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe behaald vóór 1 augustus 1977;
f. de akte van bekwaamheid voor het geven van middelbaar onderwijs in de handenarbeid en handvaardigheid, als bedoeld in het Landsbesluit van 25 april 1966, Publicatieblad 1966, nr. 99 behaald vóór een door Onze minister te bepalen tijdstip;
g. de in de Nederlandse Antillen behaalde akte van bekwaamheid tot het geven van onderwijs in handenarbeid en handvaardigheid, uitgereikt door de Stichting Scholen Broeders van Dongen vóór 11 mei 1966;
h. de akte van bekwaamheid van de tweede graad tot het geven van voortgezet onderwijs in de handvaardigheid, behaald aan een krachtens de Experimentenwet onderwijs (Stb. 1970, 370) uit de openbare kas bekostigd instituut voor de opleiding van leraren, indien het examen in dat vak op tweedegraads niveau is afgenomen.
2. In bijzondere gevallen kan Onze voornoemde minister degene, die wenst te worden toegelaten tot een van de in het vorige lid bedoelde examens, doch die niet voldoet aan de eisen van toelating tot de examens bedoeld in het Koninklijk besluit van 19 maart 1960, Stb.132, of niet in het bezit is van een der in het voorgaande lid onder atot en met hgenoemde diploma's, ontheffing verlenen van de in dat lid gestelde eisen van toelating.
a. het staatsdiploma handvaardigheid (handenarbeid) A;
b. het diploma voortgezette studie handenarbeid van de Vereniging voor handenarbeid behaald vóór 1 augustus 1977;
c. het diploma voortgezette studie handenarbeid van de R.K. Vereniging voor "Handenarbeid" behaald vóór 1 augustus 1977;
d. het diploma voortgezette studie handenarbeid van de Vereniging tot bevordering van het Voorbereidend Vakonderwijs en van het Onderwijs in Handenarbeid in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe;
e. het diploma voortgezette studie handenarbeid van de Vereniging tot bevordering van het onderwijs in de handenarbeid in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe behaald vóór 1 augustus 1977;
f. de akte van bekwaamheid voor het geven van middelbaar onderwijs in de handenarbeid en handvaardigheid, als bedoeld in het Landsbesluit van 25 april 1966, Publicatieblad 1966, nr. 99 behaald vóór een door Onze minister te bepalen tijdstip;
g. de in de Nederlandse Antillen behaalde akte van bekwaamheid tot het geven van onderwijs in handenarbeid en handvaardigheid, uitgereikt door de Stichting Scholen Broeders van Dongen vóór 11 mei 1966;
h. de akte van bekwaamheid van de tweede graad tot het geven van voortgezet onderwijs in de handvaardigheid, behaald aan een krachtens de Experimentenwet onderwijs (Stb. 1970, 370) uit de openbare kas bekostigd instituut voor de opleiding van leraren, indien het examen in dat vak op tweedegraads niveau is afgenomen.
2. In bijzondere gevallen kan Onze voornoemde minister degene, die wenst te worden toegelaten tot een van de in het vorige lid bedoelde examens, doch die niet voldoet aan de eisen van toelating tot de examens bedoeld in het Koninklijk besluit van 19 maart 1960, Stb.132, of niet in het bezit is van een der in het voorgaande lid onder atot en met hgenoemde diploma's, ontheffing verlenen van de in dat lid gestelde eisen van toelating.