BWBR0002808
Geldig vanaf 1972-01-01
Artikel 11
Besluit staatsexamen diploma's handvaardigheid (handenarbeid)
1. Indien een kandidaat zich ten aanzien van het examen aan enig bedrog heeft schuldig gemaakt en dit tijdens het examen wordt ontdekt, ontzegt de voorzitter of zijn plaatsvervanger hem de verdere deelneming aan het examen. Indien een kandidaat in enig ander opzicht in strijd met de voorschriften heeft gehandeld en deze onregelmatigheid tijdens het examen wordt ontdekt, kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger hem de verdere deelneming aan het examen ontzeggen.
2. Indien het bedrog eerst na afloop van het examen, doch voor de uitreiking van het diploma wordt ontdekt, onthoudt de voorzitter of zijn plaatsvervanger de kandidaat het diploma. Indien enige andere onregelmatigheid eerst na afloop van het examen wordt ontdekt, kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger de kandidaat het diploma onthouden.
2. Indien het bedrog eerst na afloop van het examen, doch voor de uitreiking van het diploma wordt ontdekt, onthoudt de voorzitter of zijn plaatsvervanger de kandidaat het diploma. Indien enige andere onregelmatigheid eerst na afloop van het examen wordt ontdekt, kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger de kandidaat het diploma onthouden.