BWBR0002808
Geldig vanaf 1972-01-01
Artikel 1
Besluit staatsexamen diploma's handvaardigheid (handenarbeid)
1. Door het met gunstig gevolg afleggen van de desbetreffende staatsexamens kunnen worden verkregen een staatsdiploma handvaardigheid (handenarbeid) A en een staatsdiploma handvaardigheid (handenarbeid) B.
2. Het staatsexamen handvaardigheid (handenarbeid) A omvat de onderdelen:
I. Ruimtelijk vormen;
II. Vormgeving in plastische materialen;
III. Keramische vormgeving;
IV. Vormgeving in hout;
V. Vormgeving in metaal;
VI. Vormgeving in het vlak;
VII. Kennis van technieken, materialen en gereedschappen;
VIII. Psychologie en pedagogiek;
IX. Didactiek van het onderwijs in de handvaardigheid (handenarbeid);
X. Kunstgeschiedenis en kunstbeschouwing.
3. Het staatsexamen handvaardigheid (handenarbeid) B omvat de onderdelen:
I. Het ontwerpen en vervaardigen van werkstukken;
II. Geschiedenis van de beeldende kunsten, de bouwkunst en de toegepaste kunsten;
III. Cultuurgeschiedenis;
IV. Didactische kunstbeschouwing;
V. Toelichtende schetsen;
VI. Didactiek, psychologie en pedagogiek.
4. Onze minister van onderwijs en wetenschappen stelt de uitgewerkte programma's vast voor de onderdelen, genoemd in het tweede en derde lid.
2. Het staatsexamen handvaardigheid (handenarbeid) A omvat de onderdelen:
I. Ruimtelijk vormen;
II. Vormgeving in plastische materialen;
III. Keramische vormgeving;
IV. Vormgeving in hout;
V. Vormgeving in metaal;
VI. Vormgeving in het vlak;
VII. Kennis van technieken, materialen en gereedschappen;
VIII. Psychologie en pedagogiek;
IX. Didactiek van het onderwijs in de handvaardigheid (handenarbeid);
X. Kunstgeschiedenis en kunstbeschouwing.
3. Het staatsexamen handvaardigheid (handenarbeid) B omvat de onderdelen:
I. Het ontwerpen en vervaardigen van werkstukken;
II. Geschiedenis van de beeldende kunsten, de bouwkunst en de toegepaste kunsten;
III. Cultuurgeschiedenis;
IV. Didactische kunstbeschouwing;
V. Toelichtende schetsen;
VI. Didactiek, psychologie en pedagogiek.
4. Onze minister van onderwijs en wetenschappen stelt de uitgewerkte programma's vast voor de onderdelen, genoemd in het tweede en derde lid.