BWBR0002759
Geldig vanaf 1971-07-30
Artikel 28
Noodwet Arbeidsvoorziening
1. Te rekenen van de dag, waarop een voor scholing opgeroepen burgerdienstplichtige aan zijn verschijningsplicht overeenkomstig artikel 25, eerste of derde lid, heeft voldaan, bestaat tussen hem en degene, bij wie de scholing moet worden gevolgd, een rechtsbetrekking als uit een overeenkomst waarbij partijen zich jegens elkaar verbinden enerzijds een scholing te volgen en anderzijds die scholing te geven met betaling van een toelage.
2. Omtrent de inhoud van rechtsbetrekkingen als in het eerste lid bedoeld worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regelen gesteld. Het Hoofd Arbeidsvoorziening kan in afzonderlijke gevallen de inhoud van de rechtsbetrekking nader vaststellen.
3. Onze Minister kan, met inachtneming van de bij algemene maatregel van bestuur daaromtrent gestelde regelen, aan degene, bij wie de scholing moet worden gevolgd, een vergoeding ten laste van de Staat toekennen.
4. Artikel 27, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
5. Regelen, gesteld krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van het tweede lid, worden ter openbare kennis gebracht.
2. Omtrent de inhoud van rechtsbetrekkingen als in het eerste lid bedoeld worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regelen gesteld. Het Hoofd Arbeidsvoorziening kan in afzonderlijke gevallen de inhoud van de rechtsbetrekking nader vaststellen.
3. Onze Minister kan, met inachtneming van de bij algemene maatregel van bestuur daaromtrent gestelde regelen, aan degene, bij wie de scholing moet worden gevolgd, een vergoeding ten laste van de Staat toekennen.
4. Artikel 27, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
5. Regelen, gesteld krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van het tweede lid, worden ter openbare kennis gebracht.