BWBR0002759
Geldig vanaf 1971-07-30
Artikel 17
Noodwet Arbeidsvoorziening
1. Op verzoek van een werknemer of van diens werkgever kan het Hoofd Arbeidsvoorziening, beide partijen gehoord, in verband met het aangaan door die werknemer van een arbeidsverhouding met een andere werkgever, waarin hij onmisbaar wordt verklaard, bepalen, dat, zolang de nieuwe arbeidsverhouding voortduurt, de bestaande arbeidsverhouding geschorst is, doch door partijen niet kan worden beëindigd zonder vergunning van het Hoofd Arbeidsvoorziening.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld omtrent de gevolgen van de schorsing voor de rechten en verplichtingen uit de betrokken arbeidsverhouding.
3. Een vergunning als in het eerste lid bedoeld kan onder beperkingen worden verleend. Aan zodanige vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.
4. Artikel 8is van overeenkomstige toepassing.
5. In geval van toepassing van het eerste lid neemt bij het eindigen van de onmisbaarheid de nieuwe arbeidsverhouding van rechtswege een einde, tenzij de oorspronkelijke arbeidsverhouding reeds is beëindigd.
6. Van een krachtens het eerste lid tot de werknemer gerichte beschikking wordt mededeling gedaan aan diens werkgever.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld omtrent de gevolgen van de schorsing voor de rechten en verplichtingen uit de betrokken arbeidsverhouding.
3. Een vergunning als in het eerste lid bedoeld kan onder beperkingen worden verleend. Aan zodanige vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.
4. Artikel 8is van overeenkomstige toepassing.
5. In geval van toepassing van het eerste lid neemt bij het eindigen van de onmisbaarheid de nieuwe arbeidsverhouding van rechtswege een einde, tenzij de oorspronkelijke arbeidsverhouding reeds is beëindigd.
6. Van een krachtens het eerste lid tot de werknemer gerichte beschikking wordt mededeling gedaan aan diens werkgever.