BWBR0002753
Geldig vanaf 1971-09-15
Artikel 18b
Wet ziekenhuisvoorzieningen
1. Een ziekenhuisvoorziening wendt zich tot het College sanering binnen zes weken na het onherroepelijk worden van een beslissing tot:
a. intrekking van een verklaring op grond van artikel 13, derde lid;
b. wijziging van beperkingen of voorschriften dan wel het stellen van nieuwe beperkingen of voorschriften op grond van artikel 15, vierde lid;
c. beëindiging van de uitvoering van bijzondere medische verrichtingen of beëindiging van het gebruik van apparatuur op grond van artikel 6, vijfde lid, van de Wet op bijzondere medische verrichtingen;
d. sluiting van de ziekenhuisvoorziening dan wel vermindering van het aantal bedden of plaatsen van de ziekenhuisvoorziening of van het aantal functie-eenheden van een medisch specialisme dan wel de beëindiging van de uitoefening van een medisch specialisme op grond van artikel 18a, eerste lid.
2. Het College sanering stelt de financiële gevolgen van sanering vast ter zake van een beslissing als bedoeld in het eerste lid alsmede ter zake van de uitvoering van een voornemen als bedoeld in artikel 17a.
3. De in het tweede lid bedoelde vaststelling kan inhouden dat het College sanering subsidie verstrekt ter voorziening in de financiële gevolgen van de sanering.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
a. hetgeen onder financiële gevolgen van sanering moet worden verstaan;
b. de hoogte, de opbouw en wijze van berekening van de subsidie;
c. de aanvraag van de subsidie en de besluitvorming daarover;
d. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
e. de verplichtingen van de subsidie-ontvanger;
f. de vaststelling van de subsidie;
g. de betaling en terugvordering van de subsidie en het verlenen van voorschotten.
5. In de in het vierde lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het College sanering nadere regels stelt over daarbij aangewezen onderwerpen. De door het College sanering gestelde regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
6. Een beschikking tot subsidievaststelling wordt niet genomen dan nadat het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswetis gehoord.
7. De betaling van de subsidie of het voorschot geschiedt door het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswetten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten. Onze Minister kan hieromtrent nadere regels stellen.
8. Indien het College sanering vaststelt dat de financiële gevolgen van de sanering een positief saldo voor de betrokken ziekenhuisvoorziening inhouden, is die ziekenhuisvoorziening verplicht dat saldo te storten in het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten. Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het vierde lid, kunnen hieromtrent regels worden gesteld.
9. Van besluiten als bedoeld in het tweede lid doet het College sanering mededeling aan Onze Minister.
10. Onze Minister doet jaarlijks verslag aan de Staten-Generaal omtrent de door het College sanering ingevolge het tweede lid genomen besluiten.
11. Het College sanering is tevens belast met het toezicht op de sanering. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het vierde lid, kunnen hieromtrent regels worden gesteld.
a. intrekking van een verklaring op grond van artikel 13, derde lid;
b. wijziging van beperkingen of voorschriften dan wel het stellen van nieuwe beperkingen of voorschriften op grond van artikel 15, vierde lid;
c. beëindiging van de uitvoering van bijzondere medische verrichtingen of beëindiging van het gebruik van apparatuur op grond van artikel 6, vijfde lid, van de Wet op bijzondere medische verrichtingen;
d. sluiting van de ziekenhuisvoorziening dan wel vermindering van het aantal bedden of plaatsen van de ziekenhuisvoorziening of van het aantal functie-eenheden van een medisch specialisme dan wel de beëindiging van de uitoefening van een medisch specialisme op grond van artikel 18a, eerste lid.
2. Het College sanering stelt de financiële gevolgen van sanering vast ter zake van een beslissing als bedoeld in het eerste lid alsmede ter zake van de uitvoering van een voornemen als bedoeld in artikel 17a.
3. De in het tweede lid bedoelde vaststelling kan inhouden dat het College sanering subsidie verstrekt ter voorziening in de financiële gevolgen van de sanering.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
a. hetgeen onder financiële gevolgen van sanering moet worden verstaan;
b. de hoogte, de opbouw en wijze van berekening van de subsidie;
c. de aanvraag van de subsidie en de besluitvorming daarover;
d. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
e. de verplichtingen van de subsidie-ontvanger;
f. de vaststelling van de subsidie;
g. de betaling en terugvordering van de subsidie en het verlenen van voorschotten.
5. In de in het vierde lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het College sanering nadere regels stelt over daarbij aangewezen onderwerpen. De door het College sanering gestelde regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
6. Een beschikking tot subsidievaststelling wordt niet genomen dan nadat het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswetis gehoord.
7. De betaling van de subsidie of het voorschot geschiedt door het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswetten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten. Onze Minister kan hieromtrent nadere regels stellen.
8. Indien het College sanering vaststelt dat de financiële gevolgen van de sanering een positief saldo voor de betrokken ziekenhuisvoorziening inhouden, is die ziekenhuisvoorziening verplicht dat saldo te storten in het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten. Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het vierde lid, kunnen hieromtrent regels worden gesteld.
9. Van besluiten als bedoeld in het tweede lid doet het College sanering mededeling aan Onze Minister.
10. Onze Minister doet jaarlijks verslag aan de Staten-Generaal omtrent de door het College sanering ingevolge het tweede lid genomen besluiten.
11. Het College sanering is tevens belast met het toezicht op de sanering. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het vierde lid, kunnen hieromtrent regels worden gesteld.