BWBR0002732
Geldig vanaf 1971-01-01
Artikel 4
Reglement voor de ondernemingskamer
1. De deskundige leden, bedoeld in artikel 66, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, leggen de eed of belofte af ten overstaan van een enkelvoudige of meervoudige kamer van het gerechtshof. De eed of belofte, bedoeld in de eerste volzin, wordt afgenomen op requisitoir van het openbaar ministerie.
2. Het formulier, bedoeld in artikel 66, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, wordt na het afleggen van de eed of belofte ondertekend door het deskundig lid en door de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die zitting heeft in de in het eerste lid bedoelde enkelvoudige kamer dan wel voorzitter is van de in het eerste lid bedoelde meervoudige kamer.
2. Het formulier, bedoeld in artikel 66, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, wordt na het afleggen van de eed of belofte ondertekend door het deskundig lid en door de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die zitting heeft in de in het eerste lid bedoelde enkelvoudige kamer dan wel voorzitter is van de in het eerste lid bedoelde meervoudige kamer.