BWBR0002729
Geldig vanaf 1970-12-01
Artikel 7
Uitvoeringsbesluit verontreiniging rijkswateren
1. In of bij de aanvraag tot verlening of wijziging van een vergunning tot het brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in rijkswateren of de volle zee worden ten minste de volgende gegevens verstrekt:
a. een globale omschrijving van de lozing, waarbij in ieder geval wordt vermeld of de lozing continu dan wel discontinu plaatsvindt, met welke regelmaat lozingen of deellozingen plaatsvinden, de wijze waarop de lozing plaatsvindt en de activiteiten waaruit de lozing voortkomt;
b. een aanduiding van de plaats van de lozing met toelichtende tekening;
c. een karakterisering naar aard, samenstelling, eigenschappen, hoeveelheid en herkomst van de afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen;
d. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die zijn of worden getroffen om de lozing te voorkomen of te beperken, met toelichtende tekening, alsmede de maatregelen die voor dat doel worden getroffen bij definitieve stopzetting van de activiteiten en
e. een opgave van de periode waarvoor een vergunning wordt gevraagd.
2. Indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een lozing afkomstig van een bedrijf, worden naast de in het eerste lid bedoelde gegevens, in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
a. een omschrijving van de aard van het bedrijf en de aard en omvang van de activiteiten die daar plaatsvinden;
b. een processchema van de opzet en een beschrijving van de capaciteit van elke installatie waardoor of waarin processen plaatsvinden die leiden of kunnen leiden tot het in oppervlaktewater brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen, waarbij wordt aangegeven welke afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen waar en in welke mate vrijkomen;
c. een rioleringstekening;
d. een beschrijving van de aard, samenstelling, eigenschappen, de hoeveelheid en de locatie binnen het bedrijf van de grondstoffen, hulpstoffen, tussenprodukten en eindprodukten die naar redelijke verwachting binnen het bedrijf aanwezig kunnen zijn, voorzover deze, al dan niet rechtstreeks, in het oppervlaktewater kunnen geraken;
e. een beschrijving van de aard en omvang van de belasting van het oppervlaktewater ten gevolge van de lozing, daaronder begrepen een overzicht van de belangrijke nadelige effecten op het watermilieu;
f. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen betreffende het voorkomen of beperken van lozing van afvalstoffen door het hergebruiken of nuttig toepassen dan wel het geschikt maken voor hergebruik of nuttige toepassing van zodanige stoffen;
g. een opgave van de redelijkerwijs mogelijk te achten hoeveelheid en hoedanigheid van de afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen die tengevolge van een ongewoon voorval in het oppervlaktewater kunnen geraken alsmede een beschrijving van de maatregelen om dit zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken;
h. een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd;
i. een opgave van de voor de aanvrager redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen met betrekking tot de lozing die voor de beslissing op de aanvraag van belang kunnen zijn en
j. een niet-technische samenvatting van de in dit lid, alsmede de in het eerste lid bedoelde gegevens.
3. Indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een werk waarop een of meer andere werken zijn aangesloten, worden naast de in het eerste en het tweede lid bedoelde gegevens in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
a. een beschrijving van het verzorgingsgebied dat op het werk is aangesloten en
b. voorzover de aanvraag betrekking heeft op een rioolstelsel: de technische gegevens van dat rioolstelsel.
4. Voor zover die gegevens nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag, verstrekt de aanvrager op verzoek van de hoofdingenieur-directeur bij de aanvraag nadere gegevens.
a. een globale omschrijving van de lozing, waarbij in ieder geval wordt vermeld of de lozing continu dan wel discontinu plaatsvindt, met welke regelmaat lozingen of deellozingen plaatsvinden, de wijze waarop de lozing plaatsvindt en de activiteiten waaruit de lozing voortkomt;
b. een aanduiding van de plaats van de lozing met toelichtende tekening;
c. een karakterisering naar aard, samenstelling, eigenschappen, hoeveelheid en herkomst van de afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen;
d. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die zijn of worden getroffen om de lozing te voorkomen of te beperken, met toelichtende tekening, alsmede de maatregelen die voor dat doel worden getroffen bij definitieve stopzetting van de activiteiten en
e. een opgave van de periode waarvoor een vergunning wordt gevraagd.
2. Indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een lozing afkomstig van een bedrijf, worden naast de in het eerste lid bedoelde gegevens, in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
a. een omschrijving van de aard van het bedrijf en de aard en omvang van de activiteiten die daar plaatsvinden;
b. een processchema van de opzet en een beschrijving van de capaciteit van elke installatie waardoor of waarin processen plaatsvinden die leiden of kunnen leiden tot het in oppervlaktewater brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen, waarbij wordt aangegeven welke afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen waar en in welke mate vrijkomen;
c. een rioleringstekening;
d. een beschrijving van de aard, samenstelling, eigenschappen, de hoeveelheid en de locatie binnen het bedrijf van de grondstoffen, hulpstoffen, tussenprodukten en eindprodukten die naar redelijke verwachting binnen het bedrijf aanwezig kunnen zijn, voorzover deze, al dan niet rechtstreeks, in het oppervlaktewater kunnen geraken;
e. een beschrijving van de aard en omvang van de belasting van het oppervlaktewater ten gevolge van de lozing, daaronder begrepen een overzicht van de belangrijke nadelige effecten op het watermilieu;
f. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen betreffende het voorkomen of beperken van lozing van afvalstoffen door het hergebruiken of nuttig toepassen dan wel het geschikt maken voor hergebruik of nuttige toepassing van zodanige stoffen;
g. een opgave van de redelijkerwijs mogelijk te achten hoeveelheid en hoedanigheid van de afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen die tengevolge van een ongewoon voorval in het oppervlaktewater kunnen geraken alsmede een beschrijving van de maatregelen om dit zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken;
h. een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd;
i. een opgave van de voor de aanvrager redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen met betrekking tot de lozing die voor de beslissing op de aanvraag van belang kunnen zijn en
j. een niet-technische samenvatting van de in dit lid, alsmede de in het eerste lid bedoelde gegevens.
3. Indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een werk waarop een of meer andere werken zijn aangesloten, worden naast de in het eerste en het tweede lid bedoelde gegevens in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
a. een beschrijving van het verzorgingsgebied dat op het werk is aangesloten en
b. voorzover de aanvraag betrekking heeft op een rioolstelsel: de technische gegevens van dat rioolstelsel.
4. Voor zover die gegevens nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag, verstrekt de aanvrager op verzoek van de hoofdingenieur-directeur bij de aanvraag nadere gegevens.