1. De vervuilingswaarde voor bedrijfsruimten of onderdelen van een bedrijfsruimte wordt berekend met behulp van door meting, bemonstering en analyse verkregen gegevens. De berekening geschiedt met inachtneming van de in bijlage I, onderdeel C, van dit besluit opgenomen voorschriften. De meting, bemonstering en analyse geschieden zodanig dat;
a. de gemeten hoeveelheid afvalwater niet meer dan 5% afwijkt van de werkelijke hoeveelheid afvalwater;
b. het verkregen monster representatief is voor de totale hoeveelheid afvalstoffen die gedurende de bemonsteringsperiode vanuit het bedrijf of het bedrijfsonderdeel in rijkswateren wordt gebracht;
c. de in bijlage I, onderdelen A en B, van dit besluit opgenomen voorschriften in acht genomen worden.
2. Het hoofd:
a. kan, voorzover noodzakelijk ter voldoening aan het bepaalde in het eerste lid, onderdelen a en b, ambtshalve bepalen dat meting en bemonstering geschieden in afwijking van één of meer van de in bijlage I, onderdelen A en B van dit besluit opgenomen voorschriften en kan daaromtrent nadere voorschriften geven.
b. beslist op aanvraag van de heffingplichtige, die aannemelijk maakt dat daardoor voldaan wordt aan het bepaalde in het eerste lid, onderdelen a en b, en de uitkomsten van de analyse daardoor niet worden beïnvloed, dat van één of meer van de in bijlage I, onderdelen A en B, van dit besluit opgenomen voorschriften, kan worden afgeweken en kan daaromtrent nadere voorschriften geven.
3. a. De beslissing van het hoofd, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, bevat in elk geval:
a. de voorschriften van bijlage I, onderdelen A en B, waarvan moet worden afgeweken;
b. de voorgeschreven afwijkingen van de in bijlage I, onderdelen A en B, opgenomen voorschriften;
c. nadere voorschriften van het hoofd;
d. het heffingsjaar of de heffingsjaren ten aanzien waarvan die beschikking van toepassing is.
b. De beslissing van het hoofd op een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bevat in elk geval: a. de voorschriften van bijlage I, onderdelen A en B waarvan mag worden afgeweken;
b. de toegestane afwijkingen van de in bijlage I, onderdelen A en B, opgenomen voorschriften;
c. nadere voorschriften van het hoofd;
d. het heffingsjaar of de heffingsjaren ten aanzien waarvan die beschikking van toepassing is.
a. de voorschriften van bijlage I, onderdelen A en B waarvan mag worden afgeweken;
b. de toegestane afwijkingen van de in bijlage I, onderdelen A en B, opgenomen voorschriften;
c. nadere voorschriften van het hoofd;
d. het heffingsjaar of de heffingsjaren ten aanzien waarvan die beschikking van toepassing is.
4. Het hoofd neemt zijn beslissingen, bedoeld in het tweede lid, bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het hoofd is bevoegd twee of meer van de op basis van het tweede lid genomen beschikkingen, die betrekking hebben op hetzelfde bedrijf of hetzelfde bedrijfsonderdeel, in één geschrift te verenigen.
5. De heffingplichtige brengt de wijze van meting en bemonstering met een beschrijving van de daarvoor te gebruiken apparatuur, voor aanvang van het heffingsjaar, ter kennis aan het hoofd.
6. Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde vervuilingswaarde geschieden meting, bemonstering en analyse door de heffingplichtige ieder etmaal van het heffingsjaar met betrekking tot alle in de heffing betrokken stoffen.
7. Vervallen.
8. Het hoofd beslist op de aanvraag, bedoeld in
artikel 20, vierde lid van de Wet, bij voor bezwaar vatbare beschikking. In zijn beschikking geeft het hoofd in ieder geval voorschriften met betrekking tot:
a. de afvalstromen en de stoffen waarop de beschikking betrekking heeft;
b. het aantal in het heffingsjaar gelegen, daartoe aangewezen tijdvakken waarin meting, bemonstering en analyse dienen te geschieden, hetzij ieder etmaal van dat aantal tijdvakken, hetzij een of meer daartoe aangewezen etmalen daarvan;
c. de wijze waarop de op de voet van de onderdelen a en b verkregen uitkomsten worden herleid tot het aantal vervuilingseenheden over een aldaar bedoeld tijdvak, onderscheidenlijk over het heffingsjaar;
d. het heffingsjaar of de heffingsjaren, ten aanzien waarvan die beschikking van toepassing is.
9. Het hoofd kan bij veranderingen of te verwachten veranderingen in de hoeveelheid of hoedanigheid van de stoffen, die vanuit een bedrijf of een bedrijfsonderdeel in rijkswateren worden gebracht;
a. de desbetreffende beschikkingen, bedoeld in het vierde lid, wijzigen of intrekken, in verband met het bepaalde in het eerste lid, onderdelen a tot en met c;
b. de desbetreffende beschikking, bedoeld in het achtste lid, wijzigen indien toepassing van berekeningsvoorschrift IV van onderdeel C van bijlage I leidt tot een ander aantal etmalen, bedoeld in het achtste lid, onderdeel b, dan in die beschikking is opgenomen.
10. Het hoofd neemt de in het negende lid bedoelde beslissingen bij voor bezwaar vatbare beschikking.