1. Onverminderd het bepaalde in het vorig artikel wordt een aanstelling slechts verleend indien de betrokkene, gezien de uitslag van een onderzoek of andere ter beschikking van Onze Minister staande gegevens met betrekking tot zijn psychische en medische gesteldheid en zo nodig die van zijn gezin, voor uitzending naar het buitenland geschikt is verklaard.
2. De kosten van het in het eerste lid bedoelde onderzoek komen voor rekening van het Rijk. Reis- en verblijfkosten worden de betrokkene vergoed op de voet van de bepalingen van het Reisbesluit 1956, met dien verstande, dat hij voor de toepassing van dat besluit wordt geacht het ambt, met betrekking waartoe het onderzoek heeft plaatsgevonden, reeds te bekleden.
3. De beslissing welke, gezien het onderzoek, wordt genomen, wordt uiterlijk binnen 14 dagen na vaststelling aan de betrokkene medegedeeld.
4. Indien de betrokkene binnen 14 dagen na ontvangst van deze mededeling daartoe een verzoek indient, vindt een hernieuwd onderzoek plaats, mits tevens een bedrag van f 10,- is gestort.
5. Het in het vorige lid genoemde bedrag wordt aan de betrokkene teruggegeven en reis- en verblijfkosten worden hem overeenkomstig het tweede lid vergoed, indien hij, of, indien het hernieuwd onderzoek zijn gezin betrof, zijn gezin, bij het hernieuwd onderzoek geschikt is verklaard.
6. Ten aanzien van het hernieuwd onderzoek waaraan in ieder geval niet zal mogen deelnemen een deskundige, die aan het onderzoek heeft deelgenomen, zijn van overeenkomstige toepassing de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken krachtens
artikel 9a, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglementvastgestelde nadere voorschriften.