BWBR0002711
Geldig vanaf 1970-07-01
Artikel 39
Rechtspositiereglement Korps van deskundigen voor de technische hulp aan ontwikkelingslanden
1. De disciplinaire straffen, die kunnen worden opgelegd, zijn:
a. schriftelijke berisping;
b. beperking van het recht op een jaarlijkse vakantie;
c. geldboete;
d. gehele of gedeeltelijke inhouding van de bezoldiging;
e. terugzetting in bezoldiging of niet toekenning van periodieke verhogingen;
f. uitsluiting van bevordering;
g. terugzetting in rang, al of niet voor een bepaalde tijd en met of zonder vermindering van bezoldiging;
h. schorsing voor een bepaalde tijd met gehele of gedeeltelijke inhouding van bezoldiging;
i. ontslag.
2. De toepassing van de in het vorige lid genoemde straffen geschiedt met inachtneming van het volgende:
1e. De beperking van het recht op een jaarlijkse vakantie bedraagt ten hoogste een derde van het aantal vakantiedagen dat hem toekomt;
2e. de geldboete bedraagt ten hoogste een honderdste van het bedrag van de jaarbezoldiging;
3e. inhouding van bezoldiging geschiedt tot ten hoogste de bezoldiging over een halve maand;
4e. terugzetting in bezoldiging geschiedt voor ten hoogste het bedrag van de laatste twee periodieke verhogingen;
5e. niet toekenning van periodieke verhogingen en uitsluiting van bevordering geschiedt voor niet langer dan vier jaren.
a. schriftelijke berisping;
b. beperking van het recht op een jaarlijkse vakantie;
c. geldboete;
d. gehele of gedeeltelijke inhouding van de bezoldiging;
e. terugzetting in bezoldiging of niet toekenning van periodieke verhogingen;
f. uitsluiting van bevordering;
g. terugzetting in rang, al of niet voor een bepaalde tijd en met of zonder vermindering van bezoldiging;
h. schorsing voor een bepaalde tijd met gehele of gedeeltelijke inhouding van bezoldiging;
i. ontslag.
2. De toepassing van de in het vorige lid genoemde straffen geschiedt met inachtneming van het volgende:
1e. De beperking van het recht op een jaarlijkse vakantie bedraagt ten hoogste een derde van het aantal vakantiedagen dat hem toekomt;
2e. de geldboete bedraagt ten hoogste een honderdste van het bedrag van de jaarbezoldiging;
3e. inhouding van bezoldiging geschiedt tot ten hoogste de bezoldiging over een halve maand;
4e. terugzetting in bezoldiging geschiedt voor ten hoogste het bedrag van de laatste twee periodieke verhogingen;
5e. niet toekenning van periodieke verhogingen en uitsluiting van bevordering geschiedt voor niet langer dan vier jaren.