BWBR0002696
Geldig vanaf 1970-01-01
Artikel 7
Rijkssubsidieregeling bureaus voor levens- en gezinsvragen
1. Voor zover een instelling slechts één of enkele van de in de artikelen 4en 5omschreven taken behartigt is zij verplicht te bevorderen dat door georganiseerde samenwerking met zusterinstellingen een adequate dienstverlening mogelijk wordt gemaakt.
2. De instelling, bedoeld in het eerste lid, bevordert het tot stand komen van een organisatorisch en bestuurlijk verband waarbinnen de volledige dienstverlening op haar terrein zo goed mogelijk kan worden verwezenlijkt.
3. Zowel uit een oogpunt van doelmatigheid als van een goede communicatie is de instelling verplicht vormen van georganiseerde samenwerking te bevorderen met het medisch-opvoedkundig bureau, organen van het algemeen maatschapschappelijk werk en andere daartoe geëigende vormen van maatschappelijk werk en (geestelijke) gezondheidszorg, en met daarvoor in aanmerking komende personen ter plaatse of in de regio.
2. De instelling, bedoeld in het eerste lid, bevordert het tot stand komen van een organisatorisch en bestuurlijk verband waarbinnen de volledige dienstverlening op haar terrein zo goed mogelijk kan worden verwezenlijkt.
3. Zowel uit een oogpunt van doelmatigheid als van een goede communicatie is de instelling verplicht vormen van georganiseerde samenwerking te bevorderen met het medisch-opvoedkundig bureau, organen van het algemeen maatschapschappelijk werk en andere daartoe geëigende vormen van maatschappelijk werk en (geestelijke) gezondheidszorg, en met daarvoor in aanmerking komende personen ter plaatse of in de regio.