BWBR0002696
Geldig vanaf 1970-01-01
Artikel 31
Rijkssubsidieregeling bureaus voor levens- en gezinsvragen
1. Aanstelling c.q. ontslag van functionarissen en medewerkers in de loop van de maand wordt voor de subsidieberekening geacht te zijn geschied met ingang van de eerste van de lopende maand, indien de mutatie voor de 16e, en met ingang van de eerste van de daaropvolgende maand, indien de mutatie op of na de 16e van de maand heeft plaatsgevonden.
2. Mutaties in de opleiding van reeds voor subsidie in aanmerking komende maatschappelijk werkers, zoals het behalen van het diploma van een der opleidingen, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage 4, worden voor de subsidiëring geacht te zijn ingegaan op 1 januari van het lopende jaar, indien de mutatie vóór 1 juli heeft plaatsgevonden, en met ingang van 1 januari van het volgende jaar, indien de mutatie op of na 1 juli heeft plaatsgevonden.
2. Mutaties in de opleiding van reeds voor subsidie in aanmerking komende maatschappelijk werkers, zoals het behalen van het diploma van een der opleidingen, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage 4, worden voor de subsidiëring geacht te zijn ingegaan op 1 januari van het lopende jaar, indien de mutatie vóór 1 juli heeft plaatsgevonden, en met ingang van 1 januari van het volgende jaar, indien de mutatie op of na 1 juli heeft plaatsgevonden.