BWBR0002673
Geldig vanaf 1970-01-01
Artikel 8
Besluit registratie splijtstoffen en ertsen
Hij, die buiten het in artikel 7bedoelde geval krachtens een hem op grond van artikel 15 van de wetverleende vergunning ertsen voorhanden heeft, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van ieder kalenderkwartaal bij de Autoriteit schriftelijk aangifte te doen van:
a. de aard en hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte, alsmede de herkomst van de ertsen, die hij in de loop van dat kalenderkwartaal heeft ontvangen, met vermelding van de doeleinden, waarvoor zij zijn bestemd;
b. de aard en hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte van de ertsen, die hij op de laatste dag van dat kalenderkwartaal voorhanden heeft gehad.
a. de aard en hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte, alsmede de herkomst van de ertsen, die hij in de loop van dat kalenderkwartaal heeft ontvangen, met vermelding van de doeleinden, waarvoor zij zijn bestemd;
b. de aard en hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte van de ertsen, die hij op de laatste dag van dat kalenderkwartaal voorhanden heeft gehad.