BWBR0002673
Geldig vanaf 1970-01-01
Artikel 5
Besluit registratie splijtstoffen en ertsen
Hij, die krachtens een hem op grond van artikel 15 van de wetverleende vergunning splijtstoffen voorhanden heeft voor of mede voor eigen gebruik daarvan in een inrichting, waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, dan wel voor of mede voor eigen gebruik bij een met de splijtstoffenkringloop verband houdend vervaardigingsproces, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van iedere kalendermaand bij de Autoriteit schriftelijk aangifte te doen van:
a. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad van de splijtstoffen, die hij onderscheidenlijk op de eerste en de laatste dag van die kalendermaand voorhanden heeft gehad;
b. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad, alsmede de herkomst en bestemming van de splijtstoffen, die hij in de loop van die kalendermaand heeft ontvangen onderscheidenlijk verzonden;
c. de wijzigingen, welke de splijtstoffenvoorraad in die kalendermaand, anders dan door de ontvangst of verzending, heeft ondergaan.
a. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad van de splijtstoffen, die hij onderscheidenlijk op de eerste en de laatste dag van die kalendermaand voorhanden heeft gehad;
b. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad, alsmede de herkomst en bestemming van de splijtstoffen, die hij in de loop van die kalendermaand heeft ontvangen onderscheidenlijk verzonden;
c. de wijzigingen, welke de splijtstoffenvoorraad in die kalendermaand, anders dan door de ontvangst of verzending, heeft ondergaan.