BWBR0002658
Geldig vanaf 1969-07-27
Artikel 3
Bijzondere vakantieregeling voor bekleders van bepaalde ambten
1. De duur van de vakantie voor röntgenlaboranten bedraagt 23 dienstdagen.
2. De in het eerste lid bedoelde vakantie wordt zodanig gesplitst, dat een vakantietijdvak van ten minste 14 aaneengesloten kalenderdagen in de periode, gelegen tussen 30 april en 1 oktober, en een vakantietijdvak van ten minste 7 aaneengesloten kalenderdagen in de periode, gelegen tussen 30 september en 1 mei, valt.
3. Tussen de in het tweede lid bedoelde vakantietijdvakken moet een periode van tenminste 4 maanden liggen.
2. De in het eerste lid bedoelde vakantie wordt zodanig gesplitst, dat een vakantietijdvak van ten minste 14 aaneengesloten kalenderdagen in de periode, gelegen tussen 30 april en 1 oktober, en een vakantietijdvak van ten minste 7 aaneengesloten kalenderdagen in de periode, gelegen tussen 30 september en 1 mei, valt.
3. Tussen de in het tweede lid bedoelde vakantietijdvakken moet een periode van tenminste 4 maanden liggen.