BWBR0002658
Geldig vanaf 1969-07-27
Artikel 2
Bijzondere vakantieregeling voor bekleders van bepaalde ambten
De duur van de vakantie bedraagt:
a. voor leerling-verplegenden en verplegenden: 18 dienstdagen;
b. voor verplegenden, die studeren voor de zogenaamde A-akte of B-akte, voor verplegenden A/waarnemend eerste verplegenden, voor eerste verplegenden, alsmede voor eerste verplegenden A/waarmemend hoofdverplegenden: 20 dienstdagen;
c. voor hoofdverplegenden, voor de adjunct-directrice van een militair- of marinehospitaal alsmede voor de meesteressevroedvrouw, werkzaam bij de Rijkskweekschool voor vroedvrouwen te Rotterdam: 21 dienstdagen;
d. voor de inwonend assistent-verloskundige, werkzaam bij de Rijkskweekschool voor vroedvrouwen te Rotterdam: 23 dienstdagen.
a. voor leerling-verplegenden en verplegenden: 18 dienstdagen;
b. voor verplegenden, die studeren voor de zogenaamde A-akte of B-akte, voor verplegenden A/waarnemend eerste verplegenden, voor eerste verplegenden, alsmede voor eerste verplegenden A/waarmemend hoofdverplegenden: 20 dienstdagen;
c. voor hoofdverplegenden, voor de adjunct-directrice van een militair- of marinehospitaal alsmede voor de meesteressevroedvrouw, werkzaam bij de Rijkskweekschool voor vroedvrouwen te Rotterdam: 21 dienstdagen;
d. voor de inwonend assistent-verloskundige, werkzaam bij de Rijkskweekschool voor vroedvrouwen te Rotterdam: 23 dienstdagen.