BWBR0002594
Geldig vanaf 1967-07-01
Artikel 5
Besluit berekening afkoopsommen ongevalsuitkeringen
1. De contante waarde in de gevallen, bedoeld in artikel 2, onder a, b en c, onderscheidenlijk artikel 3, onder a, omvat de per de datum, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderscheidenlijk de dag, bedoeld in artikel 4, tweede lid, op contante basis berekende toekomstige uitkering, waarop de betrokkene aanspraak zou hebben gehad, indien de ongevallenwetten niet waren ingetrokken, met dien verstande, dat die uitkering niet in aanmerking wordt genomen voor zover zij hoger zou zijn geweest dan de uitkering, waarop de betrokkene op eerderbedoelde datum, onderscheidenlijk dag, aanspraak zou hebben gehad.
2. De contante waarde in de gevallen, bedoeld in artikel 2, onder d, onderscheidenlijk artikel 3, onder b, omvat de per de datum liggende een jaar na de datum, onderscheidenlijk de dag, bedoeld in artikel 4, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, op contante basis berekende toekomstige uitkering, waarop de betrokkene aanspraak zou hebben gehad, indien de ongevallenwetten niet waren ingetrokken - met dien verstande, dat die uitkering niet in aanmerking wordt genomen voor zover zij hoger zou zijn geweest dan de uitkering, waarop de betrokkene op de datum, onderscheidenlijk de dag, bedoeld in artikel 4, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, aanspraak zou hebben gehad -, vermeerderd met de uitkeringen, welke aan de betrokkene krachtens artikel 7, eerste lid, tot aan eerstbedoelde datum zijn verstrekt.
3. De contante waarde in de gevallen, bedoeld in artikel 4, derde lid, omvat de per 1 juli 1969 op contante basis berekende toekomstige uitkering, waarop de betrokkene aanspraak zou hebben gehad, indien de ongevallenwetten niet zouden zijn ingetrokken - met dien verstande, dat die uitkering niet in aanmerking wordt genomen voor zover zij hoger zou zijn geweest dan de uitkering, waarop de betrokkene op de in artikel 4, derde lid, bedoelde datum aanspraak zou hebben gehad - vermeerderd met de uitkeringen, welke aan de betrokkene krachtens artikel 7, eerste lid, tot aan eerstgenoemde datum zijn verstrekt.
4. De contante waarde, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt voor zover het ongeval, waarop de aanspraak betrekking heeft, plaatsvond vóór 1 januari 1958, verhoogd met het percentage, waarmede de uitkering werd verhoogd krachtens de Wet compensatie premie Algemene Ouderdomswetongevallenrentetrekkers ( Stb.1957, 223).
5. Indien de betrokkene vóór het in het tweede of derde lid bedoelde tijdstip per hetwelk de toekomstige uitkering op contante basis wordt berekend, herstelt of overlijdt, omvat de contante waarde de uitkeringen, welke aan de betrokkene krachtens artikel 7, eerste lid, zijn verstrekt.
2. De contante waarde in de gevallen, bedoeld in artikel 2, onder d, onderscheidenlijk artikel 3, onder b, omvat de per de datum liggende een jaar na de datum, onderscheidenlijk de dag, bedoeld in artikel 4, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, op contante basis berekende toekomstige uitkering, waarop de betrokkene aanspraak zou hebben gehad, indien de ongevallenwetten niet waren ingetrokken - met dien verstande, dat die uitkering niet in aanmerking wordt genomen voor zover zij hoger zou zijn geweest dan de uitkering, waarop de betrokkene op de datum, onderscheidenlijk de dag, bedoeld in artikel 4, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, aanspraak zou hebben gehad -, vermeerderd met de uitkeringen, welke aan de betrokkene krachtens artikel 7, eerste lid, tot aan eerstbedoelde datum zijn verstrekt.
3. De contante waarde in de gevallen, bedoeld in artikel 4, derde lid, omvat de per 1 juli 1969 op contante basis berekende toekomstige uitkering, waarop de betrokkene aanspraak zou hebben gehad, indien de ongevallenwetten niet zouden zijn ingetrokken - met dien verstande, dat die uitkering niet in aanmerking wordt genomen voor zover zij hoger zou zijn geweest dan de uitkering, waarop de betrokkene op de in artikel 4, derde lid, bedoelde datum aanspraak zou hebben gehad - vermeerderd met de uitkeringen, welke aan de betrokkene krachtens artikel 7, eerste lid, tot aan eerstgenoemde datum zijn verstrekt.
4. De contante waarde, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt voor zover het ongeval, waarop de aanspraak betrekking heeft, plaatsvond vóór 1 januari 1958, verhoogd met het percentage, waarmede de uitkering werd verhoogd krachtens de Wet compensatie premie Algemene Ouderdomswetongevallenrentetrekkers ( Stb.1957, 223).
5. Indien de betrokkene vóór het in het tweede of derde lid bedoelde tijdstip per hetwelk de toekomstige uitkering op contante basis wordt berekend, herstelt of overlijdt, omvat de contante waarde de uitkeringen, welke aan de betrokkene krachtens artikel 7, eerste lid, zijn verstrekt.