BWBR0002594
Geldig vanaf 1967-07-01
Artikel 10
Besluit berekening afkoopsommen ongevalsuitkeringen
1. De rekenrente voor de berekening van de contante waarde, bedoeld in het voorgaande artikel, wordt bepaald op 5%.
2. Indien de ontwikkeling van de rentestand daartoe aanleiding geeft, kan Onze Minister wijziging brengen in het in het voorgaande lid genoemde percentage.
3. De duur der in het voorgaande artikelbedoelde toekomstige uitkering wordt, onverminderd het bepaalde in het volgende lid, geacht overeen te stemmen met een levensduur, welke wordt afgeleid van de gemiddelde sterftekansen volgens de tabel, die krachtens het besluit van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 26 juni 1962, nr. 3294, werd gebruikt bij de opstelling van de wetenschappelijke balans van het Ongevallenfonds voor anders dan voorlopig vastgestelde renten ingevolge artikel 16 van de Ongevallenwet 1921.
4. In afwijking van het bepaalde in het derde lid wordt, voor gevallen, bedoeld in artikel 8, onder c, waarin met redelijke waarschijnlijkheid is te voorzien, dat de uitkering wegens herstel binnen afzienbare tijd zou zijn beëindigd, indien de ongevallenwetten niet zouden zijn ingetrokken, de in het derde lid bedoelde duur beperkt tot aan de verwachte datum van herstel.
2. Indien de ontwikkeling van de rentestand daartoe aanleiding geeft, kan Onze Minister wijziging brengen in het in het voorgaande lid genoemde percentage.
3. De duur der in het voorgaande artikelbedoelde toekomstige uitkering wordt, onverminderd het bepaalde in het volgende lid, geacht overeen te stemmen met een levensduur, welke wordt afgeleid van de gemiddelde sterftekansen volgens de tabel, die krachtens het besluit van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 26 juni 1962, nr. 3294, werd gebruikt bij de opstelling van de wetenschappelijke balans van het Ongevallenfonds voor anders dan voorlopig vastgestelde renten ingevolge artikel 16 van de Ongevallenwet 1921.
4. In afwijking van het bepaalde in het derde lid wordt, voor gevallen, bedoeld in artikel 8, onder c, waarin met redelijke waarschijnlijkheid is te voorzien, dat de uitkering wegens herstel binnen afzienbare tijd zou zijn beëindigd, indien de ongevallenwetten niet zouden zijn ingetrokken, de in het derde lid bedoelde duur beperkt tot aan de verwachte datum van herstel.